Drie van de vier Haagse jihadverdachten die maandag voor de rechter kwamen blijven vastzitten. Dat heeft de rechtbank in Den Haag donderdag bepaald.

Alleen Syriëganger Hicham el O. mag de uitspraak in zijn zaak in vrijheid afwachten. Maar het voorarrest van Azzedine C. (32), Rudolph H. (24) en Oussama C. is verlengd.

Zij worden ervan verdacht een grotere rol te hebben gespeeld in de ''criminele terroristische organisatie'' waar ze aan zouden hebben deelgenomen. De maatschappij zou het niet begrijpen als zij uit de cel zouden mogen, denkt de rechter.

El. O lijkt zich volgens de rechter te hebben teruggetrokken uit de jihadistische scene. De kans dat hij weer naar Syrië afreist, of in Nederland over de schreef gaat, schat de rechter in als klein. Bovendien heeft hij ernstige psychische problemen die door de detentie nog eens verergeren.

Vrijlating

De advocaten van alle vier verdachten hadden gevraagd om vrijlating. Maandag werd er bijvoorbeeld op gewezen dat de bekeerling Rudolph H. niet meer wordt verdacht van ronselen. Bovendien wil hij zich richten op zijn zoontje en zijn studie en zou hij alleen vreedzaam hebben gedemonstreerd.

De vrees bestaat echter dat de van opruiing verdachte H. weer in de fout gaat, als hij wordt vrijgelaten. Volgens de aanklager is H. beheerder geweest van de jihadistische website de Ware Religie.

Azzedine C., alias Abou Moussa, liet maandag aantekenen dat hij een posttraumatisch stressyndroom (PTSS) heeft en daardoor niet geschikt is voor de terroristenafdeling. Maar de rechter vermoedt dat er in zijn geval vluchtgevaar is. C., waarschijnlijk het bekendste gezicht van de Haagse groep, wordt onder meer verdacht van ronselen voor de jihad.