Deskundigen werken nog steeds aan het zichtbaar maken van afgeschermde gegevens op computers en schijven die zijn gevonden bij Aydin C., verdachte in een omvangrijk onderzoek naar onder meer aanranding en afpersing van tientallen jonge meisjes op internet. 

C. weigert daaraan consequent iedere medewerking, zo bleek donderdag op een voorbereidende zitting in zijn zaak bij de rechtbank in Amsterdam.

Evenals op vorige zittingen verscheen de 36-jarige C. niet. Hij verblijft sinds twee weken in de observatiekliniek van justitie, het Pieter Baan Centrum, voor gedragsdeskundig onderzoek.

De zaak van C. is bekend geworden door de zelfmoord van de Canadese Amanda Todd (15), in oktober 2012. C. zou een naaktfoto van haar hebben verspreid, nadat het meisje had geweigerd seksuele handelingen voor de webcam te verrichten.

Amanda Todd maakte deze video voor haar dood:

Veertig slachtoffers

Het Openbaar Ministerie (OM) hoopt het onderzoek binnen enkele maanden te hebben afgerond, zodat C. volgend jaar definitief terecht kan staan. Het digitale onderzoek is van groot belang, omdat het volgens het OM heel veel relevante informatie oplevert.

In Nederland heeft het onderzoek naar de webcam- en internetmisdrijven zicht op veertig slachtoffers opgeleverd. Acht daarvan hebben ook aangifte gedaan. Ook in landen als de Verenigde Staten en Engeland is politie nog bezig met onderzoek. Volgens het OM gaat dat om enkele tientallen gevallen.

Canada heeft aangekondigd de uitlevering van C. te zullen vragen, in verband met de zaak-Todd.

Niet te traceren

Officier van justitie Annet Kramer ging donderdag in op de uitzending die het programma Zembla donderdagavond wijdt aan de zaak-Aydin C. De strekking daarvan is dat C., die sinds januari vastzit, al twee jaar eerder gepakt had kunnen worden als de Nederlandse autoriteiten actie hadden ondernomen op een rechtshulpverzoek uit Noorwegen in 2012.

Volgens Kramer is die conclusie veel te gemakkelijk getrokken en was C. destijds misschien wel helemaal niet te traceren geweest.