Oud-bestuursvoorzitter Hubert Möllenkamp van woningcorporatie Rochdale wordt ook vervolgd voor het plegen van meineed. Er loopt al een rechtszaak tegen hem wegens  vermeende corruptie.

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) heeft Möllenkamp op 6 juni als getuige onder ede gelogen, ten overstaan van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties.

''Nooit'', antwoordde Möllenkamp op de vraag of hij ooit geld of gunsten heeft aangenomen voor eigen voordeel. Gezien de aard van het strafrechtelijk onderzoek dat tegen Möllenkamp in gang is gezet, kan justitie dit niet anders dan als een leugen zien: de zaak draait onder meer om het aannemen van steekpenningen.

In het getuigenverhoor heeft Möllenkamp over die steekpenningen ook gezegd: ''Ze zijn me nog nooit aangeboden en ik heb ze nog nooit gevraagd.'' Dat citaat heeft het OM eveneens opgenomen in de meineedaanklacht.

Möllenkamp moet woensdag voor de rechtbank in Amsterdam verschijnen voor een zogeheten regiezitting in zijn zaak. De rechtbank inventariseert op zo'n zitting onderzoekswensen van OM en verdediging en maakt een voorlopige planning voor het proces. Inhoudelijk wordt de zaak nog niet behandeld.

Behalve van meineed en corruptie verdenkt het OM Möllenkamp verder onder meer van misbruik van creditcards van de corporatie, witwassen, belastingfraude en valsheid in geschrift. Hij zou miljoenen euro's aan smeergeld hebben aangenomen in ruil voor het gunnen van flatgebouwen aan zijn vriendenkring.

Maserati

Rochdale ontsloeg Möllenkamp in 2009, omdat hij zich met allerlei gesjoemel zou hebben verrijkt. Hij zou zichzelf onder meer te veel pensioengeld hebben toegekend, onterecht gedeclareerde bedragen hebben ontvangen en financiële gunsten en diensten hebben gekregen van zakelijke relaties zonder aanwijsbare tegenprestaties.

De corporatie claimt miljoenen van hem. De oud-topman wekte grote ergernis bij velen door in een peperdure Maserati rond te rijden. ''Ik maakte een verkeerde keus'', zei hij daarover tijdens zijn enquêteverhoor. ''Het is toch geld van de huurders.''

Strafvervolging wegens het plegen van meineed tijdens een parlementaire enquête is hoogst uitzonderlijk. Een bekende zaak is die van de oud-rechercheurs Klaas Langendoen en Joost van Vondel.

Zij verschenen in 1995 voor de commissie-Van Traa, die onderzoek deed naar opsporingsmethoden van politie en justitie, en logen over betalingen aan een informant. Pas in 2003 werd hun veroordeling definitief, toen de Hoge Raad hun beroep in cassatie verwierp.