Er zijn nog steeds problemen met de naleving van de werk- en rusttijden van politiemensen en de omgang met de agressie waarmee die te maken krijgen.

Dat concludeert de Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

De inspectie onderzocht in totaal 57 locaties in acht van de tien regionale eenheden en in de landelijke eenheid van de politie. Bij 49 van die locaties (86 procent) zijn overtredingen vastgesteld. Daarom moet de Nationale Politie zowel voor de naleving van de arbeidstijden, als de omgang met agressie "verdere verbeteringen doorvoeren".

De politiemensen werken over het algemeen nog altijd te lang en ze nemen te weinig rusttijd tussen hun diensten. De inspectie heeft in drie gevallen direct een boete opgelegd.

Verder constateert de inspectie dat het politiepersoneel niet altijd goed is voorbereid op verbale agressie en op de emotionele belasting van het werk. "Maatregelen om agressie en geweld te voorkomen, worden onvoldoende uitgevoerd. Ook wordt er te weinig aandacht besteed aan voorlichting en trainingen."

Herkenbaar beeld

De resultaten zijn inmiddels aan de leiding van de Nationale Politie en de Inspectie van Veiligheid en Justitie gestuurd. De korpsleiding zegt het geschetste beeld te herkennen, meldt de Inspectie SZW.

Er zijn inmiddels maatregelen genomen om het naleven van de werktijden en de omgang met agressie te verbeteren.

Kritiek

De politie gaat momenteel gebukt onder veel kritiek. Zowel de Commissie van Toezicht voor de politie als de Inspectie Veiligheid en Justitie hebben vorige week grote problemen gesignaleerd bij de vorming van de Nationale Politie.

Een belangrijk verwijt van de inspectie was dat de "noodzakelijke aansturing nog onvoldoende van de grond komt".

Opstelten

De politiebonden vinden dat verantwoordelijk minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) de enorme problemen bagatelliseert. Daarom hebben ze het vertrouwen in de vorming van de Nationale Politie opgezegd.

Maandag gaf Opstelten aan de Tweede Kamer te kennen het realisatieplan voor de Nationale Politie voor mei volgend jaar waar nodig nog is, nog bij te stellen.