Jongeren van niet-westerse afkomst lopen op sociaal-economisch gebied nog steeds achter op autochtone jongeren.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn niet-westerse jongeren gemiddeld lager opgeleid en verlaten ze vaker het onderwijs zonder diploma.

De allochtone jongeren die uitvallen uit het onderwijs, werken minder vaak en voor lagere lonen.

Bijna de helft van autochtone leerlingen volgt een havo- of vwo-opleiding. Bij Turkse (23 procent), Marokkaanse (26), Antilliaanse (29) en Surinaamse (33) leerlingen ligt dat percentage een stuk lager.

Opvallend is dat het verschil tussen autochtonen en overige niet-westerse leerlingen een stuk kleiner is. Iraanse leerlingen gaan zelfs vaker dan autochtone leerlingen naar havo of vwo.

Schoolverlaters

Daarnaast zijn niet-westerse jongeren vaker voortijdig schoolverlater dan autochtone jongeren. Vroegtijdig schoolverlaters hebben minder kans op werk, hebben lager loon, ontvangen vaker een uitkering en plegen vaker een misdrijf dan jongeren met diploma.

Volgens het CBS hangen de onderwijsprestaties van leerlingen sterk samen met de thuissituatie. Leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, presteren op de basisschool slechter dan Nederlands-sprekende leerlingen.

Ook het hebben van laagopgeleide, niet-werkende of alleenstaande ouders en een laag huishoudensinkomen verhoogt de kans op vroegtijdig schoolverlaten.

Grote steden

Het percentage niet-westerse allochtonen (vluchtelingengroepen uitgezonderd) is het hoogste in de grote steden. Rotterdam heeft met 35,93 procent het hoogste aandeel van Nederland. Ook in Amsterdam (33,56 procent), Den Haag (32,9) en Almere (26,56) maken niet-westerse allochtonen een groot deel uit van de lokale bevolking.

In het Groningse Grootegast is 0,74 procent van de bevolking van niet-westerse afkomst. Ook de gemeenten Tubbergen, De Marne en Staphorst hebben met respectievelijk 0,88, 0,92 en 0,93 procent weinig niet-westerse allochtonen.