Lesbiennes en homoseksuelen voelen zich onveiliger in hun leefomgeving dan heteroseksuelen. Ze hebben vooral meer overlast van rondhangende jongeren.

Dat blijkt donderdag uit onderzoek het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Bijna een kwart (22 procent) van de homoseksuelen zei dat ze zich in 2013 wel eens onveilig in hun woonomgeving hebben gevoeld. Bij heteromannen is dat 13,8 procent.

Een op de vier lesbiennes voelt zich wel eens onveilig, maar dat verschilt niet enorm van heterovrouwen; 25 procent tegenover 22 procent.

Homoseksuele mannen voelen zich minder thuis in hun buurt, ervaren minder saamhorigheid en hebben minder contact met buurtbewoners. Het maakt daarbij niet uit of ze in een stad of dorp wonen.

Lesbiennes, en in mindere mate homoseksuelen, hebben last van rondhangende jongeren. In 2013 was daar bij één op de tien lesbiennes sprake van. Dit is vrijwel het dubbele van het aantal heterovrouwen dat zegt hiermee te maken te hebben. Ook homoseksuele mannen ervaren meer overlast van jongeren en buurtbewoners dan heteromannen.

Samenwerken

Het COC vindt dat gemeenten, politie, woningbouwverenigingen en andere betrokkenen beter moeten samenwerken om de veiligheid van homoseksuelen en lesbiennes te verbeteren. Ook moeten instanties eerder ingrijpen om escalatie te voorkomen.

Daarnaast wil het COC dat het project Roze in Blauw sneller wordt uitgerold. Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie zegde eerder toe om politieteams op te richten die speciaal gericht zijn op de aanpak van geweld tegen homo's en lesbiennes.