Een eerder vrijgesproken medeverdachte van de roof van een monstrans uit het Catharijneconvent in Utrecht, moet in hoger beroep alsnog 4 jaar cel opgelegd krijgen.

Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) maandag voor het gerechtshof in Arnhem geëist.

De vergulde monstrans is een honderden jaren oud religieus voorwerp, ingelegd met diamanten. Een rover sloeg januari 2013 overdag met een moker de vitrine kapot en ging er met het voorwerp vandoor.

Drie verdachten kregen daarvoor in hoger beroep 3,5 en 3 jaar cel opgelegd . Een vierde verdachte werd door de rechtbank in Utrecht vrijgesproken, maar daartegen was het OM nu in hoger beroep gegaan.

Volgens het OM kon de betrokkenheid van deze vierde verdachte worden bewezen met onder meer tapgesprekken en met DNA, dat een hit opleverde met het DNA op het handvat van de vermoedelijke vluchtscooter. De rechtbank sprak hem eerder juist vrij.

Ten eerste had het OM geen DNA mogen afnemen tegen de wil van de verdachte, omdat de verdenking toen nog niet sterk genoeg was. Bovendien was niet zeker of de scooter met het DNA ook echt de vluchtscooter was en of dat DNA daar dan wel tijdens de diefstal op gekomen is.

De diefstal schokte gelovigen. Na de roof belandde de monstrans op de keukentafel van de opa en oma van een van de medeverdachten. Hij werd na twee weken gehavend gevonden op de achterbank van die verdachte die ermee naar België reed. Een kostbaar onderdeel met diamanten ontbrak toen al.

De uitspraak is op 3 november.