Steeds meer scholen trekken aan de bel omdat ze in de maag zitten met een toenemend aantal asielkinderen.

Dat signaleert de Landelijke Onderwijs Werkgroep voor Asielzoekers en Nieuwkomers (Lowan) maandag.

Volgens een woordvoerster vormt de toestroom een steeds grotere bron van zorg voor scholen en gemeenten, bevestigt ze een bericht van de NOS. Sinds april is het aantal telefoontjes van gemeenten en scholen sterk gestegen.

''Scholen willen meer weten over de leerkrachten, het lesmateriaal, schoolruimte en het geld dat nodig is om de kinderen goed te kunnen opvangen. Dat moet vaak op stel en sprong gebeuren’’, zegt adviseur Marieke Postma van Lowan.

Het gaat daarbij niet alleen om asielkinderen. De vragen gaan ook over het kroost van nieuwkomers uit Europese landen als Polen en Spanje.

Asielkinderen moeten binnen acht weken na aankomst onderwijs kunnen krijgen maar veel scholen en gemeenten worstelen met vragen over de financiering en ander praktische problemen zoals het lesgeven aan kinderen die geen Nederlands spreken.

Verdubbeling

Volgens de Lowan zitten sommige scholen 'echt met de handen in het haar'. 

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) opende in de afgelopen maanden veel nieuwe asielzoekerscentra om de grote toestroom van vluchtelingen te kunnen opvangen.

Het aantal asielaanvragen in Nederland verdubbelde in de eerste helft van dit jaar ten opzichte van een jaar eerder. In het eerste halfjaar vroegen 12.280 vluchtelingen voor de eerste keer asiel aan, terwijl dat er in 2013 6220 waren.

De Lowan pleit ervoor dat het ministerie van OGW meer gaat inspelen op de nieuwe situatie om samen met de scholen beter het hoofd aan de toestroom te kunnen bieden.