Vijf vermoedelijke jihadisten worden nu ook verdacht van deelname aan een terroristische organisatie. Dat is een verzwaring van hun verdenking.

Het gaat om vier mannen die nog vastzitten en een 21-jarige man die dinsdag is aangehouden en vrijdag wordt voorgeleid aan de onderzoeksrechter, meldt het Openbaar Ministerie.

Sommigen werden al verdacht het plaatsen van opruiende teksten op social media. Anderen van het ronselen van mensen voor de gewapende strijd in Syrië.

Volgens justitie vormden de verdachten een samenwerkingsverband en was er sprake van een rolverdeling. Doel was het plegen van terroristische misdrijven door te gaan strijden in Syrië of Irak. Er zijn geen aanwijzingen dat de groep aanslagen in Nederland wilde plegen.

Onder deze verdachten is 'ronselaar' Oussama C. Hij verscheen maandag voor de rechtbank in Den Haag, waar zijn voorarrest werd verlengd. C. wordt ervan verdacht dat hij zeker vijf jonge moslims heeft geworven die ook daadwerkelijk naar Syrië zijn afgereisd.

C. heeft ze geronseld met behulp van flyers, gesprekken en preken op straat. Verder gaf hij lezingen en verspreidde hij zijn visie via sociale media, aldus het OM. Ook zou hij contact met het vijftal hebben gehouden toen zij op weg waren naar Syrië en toen ze daar eenmaal waren. Deze jonge mannen zijn tussen de 20 en 24 jaar.

'Vreemde verzwaring'

Zijn advocaat Michiel Pestman vindt de verzwaring van de verdenking vreemd. "Er is niets nieuws aan bewijs bijgekomen", zegt hij in een reactie. "Volgens mij is het Openbaar Ministerie bang dat het anders niet tot een veroordeling komt."

Ook de vermeende jihadronselaar Azzedine C., alias Abou Moussa, wordt tot de terroristische organisatie gerekend. Dat vertelt zijn advocaat André Seebregts. Ook hij stelt dat er niets aan bewijs is bijgekomen. "Het vermeende ronselen van mijn cliënt is puur gebaseerd op de geruchtenmachine. Mensen hebben het weer gehoord van andere mensen die niet bekend zijn. Dit alles is ingegeven door de overdreven angst hier voor terrorisme."

'Nog lang niet klaar'

De baas van het Openbaar Ministerie, Herman Bolhaar, wilde vrijdagochtend op Radio 1 niet ingaan op namen en de plaatsen waar ze nu wellicht zijn. Wel zei hij dat het onderzoek "nog lang niet klaar" is. 

Volgens Bolhaar zijn er geen aanwijzingen dat de groep een aanslag zou plannen in Nederland. Een vergelijking met de Hofstadgroep is daarom ook niet op zijn plaats, zei hij. "Het gaat om een ander type verdenking zoals ronselen en terroristische activiteiten in het buitenland."

Volgens Bolhaar roept justitie "niet zomaar iets". Precieze details over de verdenkingen kon hij in verband met het onderzoek echter niet geven.