Brandweer afrekenen op opkomsttijden is 'te gek voor woorden'

De brandweer moet niet uitsluitend worden beoordeeld op opkomsttijden, vindt brandweercommandant Elie van Strien van de regio Amsterdam-Amstelland.

"Het is eigenlijk te gek voor woorden dat de brandweer uitsluitend wordt afgerekend op het aantal minuten om bij een incident te komen, zonder dat naar de context wordt gekeken", zegt Van Strien in een interview met NU.nl.

"Nu wordt te makkelijk gezegd: Er was brand, de brandweer was laat, dus het was hun schuld. Maar ik hoor nooit iemand spreken over de verantwoordelijkheid van de burger."

Politici zijn volgens hem te veel bezig met de tijd tussen de melding van brand en het ter plaatse zijn van de brandweer. Van Strien is momenteel werkzaam als landelijk projectleider van RemBrand, waarbij wordt gekeken naar een andere evaluatie van de brandweer.

Preventie

Brandpreventie moet daar ook een rol in gaan spelen. "De brandweer is eigenlijk alleen maar op tijd als we gebeld worden voordat de brand ontstaat." De projectgroep kijkt onder meer naar eisen voor brandvertragende meubels en ruimtelijke ordening.

Over het verplicht stellen van rookmelders wil Van Strien geen definitieve toezeggingen doen. "Dat zou goed kunnen. Ik loop nog niet vooruit op de resultaten, maar het ligt voor de hand dat we dringend advies gaan geven. Nederland is een van de weinige landen waar het nog niet verplicht is om een rookmelder in huis te hebben."

Begin volgend jaar levert de projectgroep een aantal aanbevelingen aan bij het Veiligheidsberaad, de 25 burgemeesters van de veiligheidsregio's. Volgend jaar wordt besloten of de aanbevelingen worden omgezet in wetsvoorstellen.

Bezuinigingen

Volgens Van Strien heerst eveneens een verkeerd beeld over opkomsttijden en bezuinigingen. Zo is de discussie rondom het verdwijnen van kazernes hem een doorn in het oog.

"Vorig jaar zijn er vier kazernes verdwenen, maar zijn er eveneens vier bijgekomen. We hopen dat de geest verdwijnt dat wij bezuinigingen over de rug van de veiligheid van burgers."

Het plaatsen van kazernes is volgens de commandant een afweging tussen 'economisch en veiligheidsbelang'. "Het is gewoon onbetaalbaar om op elke straathoek een kazerne te plaatsen."

Te laat

De gemiddelde afstand tot een kazerne in een gemeente heeft een licht verband met de opkomsttijd, blijkt uit analyse door NU.nl van ruim 72.000 spoedmeldingen in 2013. De brandweer werkt met een streeftijd van 8 minuten. In het uiterste geval willen ze binnen 15 minuten aanwezig zijn.

Kwartier

De gemiddelde opkomsttijd komt in drie gemeenten boven de 15 minuten, oftewel 900 seconden uit. In Borger-Odoorn (Drenthe) en Roerdalen (Limburg) is dat enigszins aan de afstand tot de kazerne te wijten. De gemiddelde afstand van tot een kazerne is 2 kilometer.

In Simpelveld (Limburg) is die gemiddelde afstand slechts 1,1 kilometer, maar doet de brandweer er langer dan een kwartier over om bij een spoedgeval te zijn. Gemiddeld doet de brandweer er 9,5 minuut (570 seconden) over om ter plaatse te komen.

Voornamelijk in landelijke gebieden is de opkomsttijd hoger dan het gemiddelde. Grote delen van Drenthe, en in mindere mate Zeeland, Noord-Brabant en Limburg hebben opkomsttijden die dicht bij de verplichte 15 minuten liggen.

Ontbrekende tijden

Uit het onderzoek blijkt ook dat bij minstens 13 procent van de spoedmeldingen geen opkomsttijd wordt geregistreerd. Bij veel veiligheidsregio's wordt de tijd nog handmatig doorgegeven. Bij een aantal spoedmeldingen ligt de prioriteit bij het ongeval in plaats van goede registratie.

Van Strien vindt dat ook daar grondig naar moet worden gekeken. "We schieten onszelf in de voet als we het niet goed bijhouden. Zodra een voertuig zijn status niet doorgeeft, weet de meldkamer dat ook niet. Vervolgens kan er een andere melding binnenkomen, waarbij wij niet weten welke voertuigen we wel of niet kunnen alarmeren."

"Binnen RemBrand gaan we een voorstel doen hoe je data-gedreven onderzoek kunt doen. Dat gaan we ook aanbieden bij de regio's." Veel regio's zijn al voorbereid op een betere verwerking van de opkomsttijden, maar anderen moeten nog investeringen doen, zoals software en GPS-transponders.

Vrijwillige brandweer

De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) zegt de de dilemma’s te herkennen waar de besturen van de veiligheidsregio’s mee tobben, maar stelt dat bezuinigingen die leiden tot het opheffen van kazernes, zoals de sluiting van acht kazernes in Zeeland, niet wenselijk zijn.

De VBV wijst erop dat het werk vanuit de brandweercentrales voor 90 procent wordt gedaan door vrijwilligers, die ernaast vaak een baan hebben. "Bureaucratisch gevormde beleidsregels en ingrijpende bezuinigingen maken dat de motivatie van de vrijwilligers merkbaar vermindert, én in toenemende mate leidt tot vertrek (In 2013 zijn er 421 meer uitgestroomd dan ingestroomd). Dit zet een betaalbare brandweerzorg ernstig onder druk", aldus de VVB.

"Wij pleiten voor een fijnmazig hulpverleningsnetwerk met zelfstandige kazernes die bij een hulpvraag snel (8 minuten) en met voldoende slagkracht hulp kunnen verlenen." Daarbij moeten volgens de VBV de belangen van de vrijwilliger niet uit het oog worden verloren.

Tip de redactie