Een jongen uit Ivoorkust en een meisje uit Armenië hebben terecht geen verblijfsvergunning gekregen op basis van het kinderpardon. Dat heeft de rechtbank in Den Haag vrijdag bepaald.

Het ging om wee zaken die door de ouders en de kinderen waren aangespannen.

De jongen uit Ivoorkust werd in februari 2004 in Nederland geboren, toen zijn moeder ruim anderhalf jaar in Nederland was. De vrouw diende eerder al meerdere asielaanvragen aan, maar kreeg geen verblijfsvergunning.

In april diende de jongen, mede voor zijn moeder en halfbroer, een aanvraag in om aanspraak te maken op de kinderpardonregeling.

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven wees de aanvraag af omdat het gezin zich langer dan drie maanden aan het toezicht van de rijksoverheid had onttrokken. Ook heeft de moeder drie verschillende namen en geboortedata en twee verschillende nationaliteiten gebruikt in asielprocedures.

Hoger beroep

De ouders van het Armeense meisje kwamen in maart 2007 naar Nederland. Het meisje werd in december van dat jaar geboren. Ook haar aanvraag werd afgewezen omdat het gezin zich langer dan drie maanden aan het toezicht had onttrokken.

De families gingen in beroep tegen de beslissing van de staatssecretaris, maar de rechtbank heeft dat nu ongegrond verklaard.