Een dode walvis die woensdagmiddag voor de kust van Katwijk dreef, ligt inmiddels op het strand net ten noorden van Scheveningen. Daar wordt het dier ontleed.

Onderzoekers zijn om 10.00 uur begonnen met het ontleden van de dode walvis. Inmiddels is duidelijk dat het om een mannelijke vinvis van 16,80 meter lang gaat. 

In de loop van de dag wordt mogelijk meer bekend over de doodsoorzaak, zegt een woordvoerder van natuurhistorisch museum Naturalis. 

Zo'n zeven medewerkers van het museum en deskundigen van de Universiteit Utrecht zijn op het strand aan het werk. "De voorbereidende werkzaamheden zijn al om 7.00 uur begonnen", zegt de woordvoerder. 

Er kan alleen worden gewerkt zolang het licht is. "We hopen de klus vandaag nog te klaren maar je weet niet wat je tegenkomt", zegt de woordvoerder.

"Als het dier al langere tijd dood is kunnen darmgassen zich ophopen en bestaat er explosiegevaar. Dan moet je voorzichtiger te werk gaan en kan de hele operatie tot morgenochtend duren." 

Naturalis

De bedoeling is dat het skelet wordt toegevoegd aan de collectie van Naturalis. De onderzoekers van de Universiteit Utrecht nemen vlees en parasieten van de walvis mee voor verder onderzoek.

Het is nog niet met zekerheid te zeggen om wat voor walvis het gaat omdat het kadaver nog op zijn rug ligt. "Maar we vermoeden dat het om een vinvis gaat", zegt de woordvoerder. 

Het kadaver werd woensdagmiddag door een visser ontdekt op zo'n vijf kilometer uit de kust van Zuid-Holland. De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) heeft het zoogdier met reddingsboten richting het strand getrokken omdat het anders de scheepvaart zou belemmeren. 

Gesleept

Het dode dier werd bij laagwater tegen het strand aan gesleept. Toen het weer vloed werd, werd de walvis door de branding en twee KNRM-voertuigen telkens iets verder naar het strand gehesen. Woensdagnacht zijn er mensen op het strand gebleven om de walvis te bewaken.

Een walvis in de Noordzee is geen bijzonderheid. De zoogdieren zwemmen er wel vaker rond. Meestal gaat het om dwergvinvissen of een bultrug. Soms duikt een potvis op.

Steven van der Mije, hoofd van het 'walvissnijteam' van museum Naturalis in Leiden, zegt dat alleen een hoop vlees, bloed en ellende overblijft van een dode walvis.

Buitenkant

De onderzoekers willen weten wat de walvis at, hoe hij leefde en waaraan hij is overleden. Eerst kijken ze naar de buitenkant van het kadaver. "We nemen de maten op, kijken of er parasieten of verwondingen zijn en wat de toestand van het dier is. We kijken of we de doodsoorzaak aan de buitenkant kunnen zien.''

Daarna begint het ontleden. Het dier wordt in kleine stukjes gesneden. "We komen steeds verder in het dier en kunnen steeds meer details zien. We hopen de organen te zien, de maaginhoud en mogelijke afwijkingen.''

Het is echter de vraag of de experts nu nog veel aantreffen. Van der Mije schat dat de walvis al een paar dagen dood is.

Vies klusje

"Het hangt allemaal af van de staat van bederf. Hij ziet er niet al te vers meer uit. Rotting begint meestal binnenin, dus zijn de organen vaak al pap. Het is niet plezierig, het is een vies klusje.''

Het vlees van de walvis wordt vernietigd in een verbrandingsoven. Botten gaan naar Naturalis. Het team van Van der Mije neemt ook weefsels mee, zoals spieren, lever, nieren en het hart. Die worden voor onderzoek naar de Universiteit Utrecht gebracht.