Het gerechtshof in Den Haag heeft vorig jaar terecht een stokje gestoken voor de uitlevering van terrorismeverdachte Sabir K. aan de Verenigde Staten. Dat heeft de Hoge Raad vrijdag bepaald.

Het hof vond vorig jaar dat er te veel onzekerheid is blijven bestaan over de betrokkenheid van de Amerikanen bij de foltering van K. in Pakistan.

Nederland heeft dat niet goed genoeg uitgezocht. De Hoge Raad is het daarmee eens.

De VS verdenkt de Nederlander ervan dat hij in Afghanistan voor al-Qaeda heeft gevochten tegen Amerikaanse militairen. Hij werd in september 2010 in Pakistan opgepakt. Volgens K. is hij daar met medeweten van de Amerikanen gemarteld.

Gemarteld

De Hoge Raad vindt de uitlevering onrechtmatig als de Verenigde Staten ervoor hebben gezorgd dat Sabir K. in Pakistan is gemarteld in verband met de verdenking tegen hem.

Het hof heeft de Nederlandse autoriteiten nog de gelegenheid gegeven om te onderzoeken dat dit daadwerkelijk is gebeurd. Dat deden ze niet en daarom ''heeft het hof mogen oordelen dat de uitlevering moet worden verboden''. ''Daarmee wordt het grote belang gediend dat foltering in de hele wereld wordt tegengegaan'', motiveert de Hoge Raad toe.

Advocaat

''Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft er in deze zaak direct blijk van gegeven de relatie met de VS belangrijker te vinden dan de mensenrechten'', reageert K.'s advocaat André Seebregts. ''De Hoge Raad haalt daar nu een dikke streep doorheen. De Hoge Raad heeft een duidelijk signaal afgegeven: het uitbannen van foltering wereldwijd is belangrijker dan de relatie met de VS. De Nederlandse overheid moet zich dat aantrekken.''

De VS hanteren volgens de advocaat sinds de aanslagen daar een ''het-doel-heiligt-de-middelen-aanpak''. Seebregts: ''We mogen er trots op zijn dat de Nederlandse rechterlijke macht nu nogmaals duidelijk zegt ''zo doen wij dat hier echter niet''.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie beraadt zich op de gevolgen van het besluit van de Hoge Raad. Een woordvoerder van Opstelten zei dat het arrest eerst nader bestudeerd moet worden om verdere uitspraken te doen.

Het departement reageert niet op K.'s advocaat, die zegt dat Opstelten de relatie met de VS belangrijker vindt dan de mensenrechten.