Achttien actievoerders van Greenpeace die op 14 september 2012 ruim vijftig tankstations van Shell in Nederland onbruikbaar hadden gemaakt, krijgen daarvoor geen straf. 

Dat heeft het gerechtshof in Den Haag donderdag besloten.

Het hof vindt wel dat ze schuldig zijn. De actievoerders hadden ook andere middelen kunnen kiezen om hun doel te bereiken. Maar ze hebben het protest goed voorbereid en namen daarbij de (brand)veiligheid goed in acht. Daarom hebben ze een zogenoemd rechterlijk pardon gekregen. Eerder deed de rechtbank dat ook al.

De actievoerders legden de tankstations stil door de vulpistolen van de brandstofslangen met beugelsloten en tie-wraps aan elkaar vast te binden. Hiermee protesteerden ze tegen de olieboringen van Shell op de Noordpool.

Boete

Het Openbaar Ministerie eiste in hoger beroep een boete van duizend euro, waarvan de helft voorwaardelijk. Het OM vindt dat door de protestactie een gevaarlijke situatie is ontstaan of kon ontstaan. Het hof vindt echter dat het gevaar niet aannemelijk is gemaakt. Ook woog het mee dat Greenpeace de geclaimde schade heeft vergoed.

Greenpeace reageert verheugd op de uitspraak van het gerechtshof. ''De actie was zorgvuldig uitgevoerd, met het oog op de veiligheid van omstanders.'' De milieuorganisatie zegt te blijven strijden voor de bescherming van de Noordpool.

''Bijna twee jaar later is Shell nog altijd bereid een olieramp te riskeren om onze olieverslaving te stillen. Dat is ontoelaatbaar'', benadrukt Greenpeace.