In bijna de helft van de Nederlandse gemeenten wordt de verplichte controle van kinderopvangcentra niet nageleefd.

De GGD moet elk kinderopvangcentrum minstens een keer inspecteren. Vorig jaar is 7,3 procent van deze centra niet gecontroleerd.

Dit blijkt uit cijfers van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), die gebundeld zijn door Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING).

Het gaat om de gegevens van 328 van 408 gemeenten. Ontbrekende gemeenten hebben DUO geen toestemming gegeven voor publicatie van hun inspectiecijfers.

Ook kan het voorkomen dat de cijfers iets verschillen met cijfers die de GGD communiceert, vanwege fusies, overnames of sluitingen van kinderopvangcentra.

De GGD's inspecteren de kinderopvangcentra op basis van een aantal kwaliteitseisen, bijvoorbeeld of medewerkers de juiste diploma's hebben. Als zij daar niet aan voldoen, dan wordt er een zogeheten handhavingstraject ingezet.

Utrecht

De gemeente Utrecht springt eruit met slechts 250 inspecties bij 353 locaties. Volgens een woordvoerster van de gemeente wordt er niet voldoende geld vrijgemaakt door het Rijk om de inspecties uit te voeren.

"Er is sprake van personeelstekorten, verloop van het personeel en de aanwezige inspecteurs hebben hun handen te vol aan zware handhavingszaken", zegt de woordvoerster.

Omdat het probleem zich in meerdere regio's voordoet, is het niet mogelijk om inspecteurs uit omliggende gemeenten in te schakelen. 

"De locaties die vorig jaar niet geïnspecteerd zijn, worden nu als eerste gecontroleerd. De gemeente maakt een inhaalslag om alsnog alle locaties te controleren."