Het proces tegen Robert M. in de Amsterdamse zedenzaak hoeft niet over. Dat advies heeft de advocaat-generaal bij de Hoge Raad dinsdag gegeven. Hij ziet geen aanleiding tot cassatie. 

M. was het onder meer niet eens over de door het hof geadviseerde ingangsdatum van zijn tbs-behandeling. Hij wil niet pas na twee derde van zijn straf beginnen met de behandeling.

Dat zou voor de 30-jarige M. pas in de loop van 2022 zijn. De advocaat-generaal vindt echter dat de Hoge Raad dit kan verwerpen. 

Ook een aantal ingebrachte punten die slachtoffers hadden ingebracht kunnen volgens de advocaat-generaal niet tot cassatie leiden. Het hof oordeelde volgens hem terecht dat de ouders wettelijk niet als slachtoffer kunnen worden aangemerkt. Zij kunnen de door hen zelf geleden schade dus niet terugvorderen. 

Vergoeding

Dat ligt anders voor de beslissing van het hof over het ontbreken van een vergoeding van materiële kosten die de ouders voor hun kinderen hebben gemaakt. De beslissing van het hof daarover is onvoldoende gemotiveerd, zo meent de advocaat-generaal. 

De zaak hoeft echter niet over als het alleen om die motivering gaat. Een nieuwe behandeling zou tot dezelfde uitkomst leiden, denkt hij. De ouders kunnen een civiele procedure beginnen. 

De kinderoppas en crèchemedewerker M. stond terecht voor het misbruik van 67 zeer jonge kinderen. Hij werd vorig jaar april door het gerechtshof in Amsterdam veroordeeld tot negentien jaar cel en tbs met dwangverpleging. Niet lang daarna maakte hij bekend dat hij in cassatie ging tegen zijn straf. 

Teleurstellend

Zijn toenmalige advocaten Wim Anker en Tjalling van der Goot vonden de uitspraak van het hof teleurstellend vanwege de combinatie van een lange celstraf en tbs. De verdediging had juist bepleit dat onder meer de uitgebreide bekentenis en medewerking van M. aan het politieonderzoek zou moeten leiden tot een lagere straf. Voor zijn cassatie nam M. een andere advocaat in de arm. 

De rechtbank veroordeelde M. eerder nog tot achttien jaar cel en tbs. De maximale celstraf die de kinderoppas en crèchemedewerker kon krijgen was twintig jaar. Dat had justitie ook beide keren geëist. 

Doorgaans worden de adviezen van de advocaat-generaal van de Hoge Raad overgenomen.