De Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins hoeft in Duitsland definitief niet de cel in voor het vermoorden van verzetsman Aldert Klaas Dijkema in 1944.

Het Openbaar Ministerie in Duitsland heeft het hoger beroep tegen het besluit van de rechtbank in Hagen om Bruins niet te veroordelen voor moord, ingetrokken. Dat meldt de rechtbank in het Duitse Hagen dinsdag.

Siert Bruins, de laatste Nederlandse oorlogsmisdadiger die nog op vrije voeten is, ontsnapte 8 januari aan een levenslange celstraf. Volgens de rechtbank in Hagen is er onvoldoende bewijs dat hij schuldig is aan moord op verzetsman Dijkema.

Het valt niet meer te reconstrueren dat Bruins de verzetsman na een vooropgezet plan heeft doodgeschoten, concludeerde de rechtbank.

De aanklager had een levenslange gevangenisstraf geëist tegen de al eerder veroordeelde oorlogsmisdadiger.

Verjaard

De rechters zijn er wel van overtuigd dat Bruins schuldig is aan doodslag op Dijkema, omdat hij de verzetsman in 1944 met een kompaan heeft doodgeschoten. Maar dat misdrijf is na 69 jaar verjaard, concludeerde de rechtbank.

In het vonnis is formeel geen sprake van vrijspraak of een veroordeling. Omdat er niet genoeg bewijs voor de moord (vooropgezet plan) is en dat ook niet meer kan worden verkregen omdat er geen levende getuigen meer zijn, is de zaak gestopt.

Goede hoop

De advocaat van Bruins, Klaus-Peter Kniffka, had al goede hoop op de uiteindelijke afloop, na de uitspraak in Hagen. ''Ik geloof dat deze uitspraak standhoudt. Ik verwacht niet dat Bruins nog in de gevangenis komt.''

De familie van Dijkema toonde zich na de uitspraak in januari teleurgesteld. ''Ons ultieme doel was om Bruins veroordeeld te zien'', zei Aldert Klaas Veldman, neef van de gedode verzetsman. ''Hoe hoog de straf zou zijn geweest als Bruins wel was veroordeeld, was niet zo belangrijk. Van mij had hij die ook thuis mogen uitzitten'', reageerde Veldman toen.

Achtergrond: Het beest van Appingedam