Nabestaanden van joden in Amsterdam die na de oorlog boetes kregen voor achterstallige erfpacht, kunnen dat geld terugkrijgen. De gemeente Amsterdam heeft 820 duizend euro opzij gezet voor claims. Geld dat niet wordt geclaimd gaat naar joodse maatschappelijke doelen.

 Dat meldt de gemeente donderdag.

Joden die na de oorlog terugkeerden, kregen heffingen opgelegd voor de erfpacht die de bewoners van hun woningen tijdens hun afwezigheid niet hadden betaald. Ze moesten bovendien een renteboete betalen over de achterstallige betalingen. Andere gemeentes scholden de boetes kwijt, Amsterdam halveerde die slechts. 

De boetes worden terugbetaald. Over de betalingen voor de erfpacht zelf neemt de gemeente later een besluit. Het gemeentebestuur wil eerst laten uitzoeken in hoeverre het verhalen van achterstallige betalingen op de oorspronkelijke bewoners afweek van het beleid van andere gemeenten destijds. Er loopt ook nog een onderzoek naar hoe de gemeente is omgegaan met andere heffingen, zoals rioolrecht. 

Burgemeester Eberhard van der Laan komt tot het besluit de boetes terug te betalen na onderzoek van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies NIOD. "Het NIOD-rapport laat zien: met de ogen van nu, maar ook met de ogen van toen is het door de gemeente aan oorlogsslachtoffers opleggen van erfpachtboetes formalistisch en ongepast", schrijft de burgemeester is een brief aan de gemeenteraad. 

De gemeente heeft in overleg met de ING Bank ook besloten banktegoeden van joodse Amsterdammers die na de oorlog zijn verdwenen terug te laten betalen. Het gaat om geld dat op rekeningen bij de Gemeentelijke Girodienst, via een aantal stappen opgegaan in de ING, stond. Op zo'n negenhonderd rekeningen stond omgerekend naar de huidige waarde 51 duizend euro.