De politie heeft donderdag twee mannen uit Spijkenisse en het Gelderse Heumen opgepakt op verdenking van oorlogsmisdaden in de jaren negentig op de Balkan.

Dat gebeurde op verzoek van de autoriteiten in Bosnië en Herzegovina, meldt het Openbaar Ministerie.

Het gaat om een 43-jarige Bosniër uit Spijkenisse. Hij was volgens het uitleveringsverzoek kampcommandant in de regio Derventa, waar Servische burgers gevangen werden gehouden in een schoolgebouw.

Hij maakte deel uit van de 103e brigade van het Bosnisch Kroatische leger. De autoriteiten van Bosnië en Herzegovina geven aan dat de man betrokken zou zijn geweest bij moord, marteling en psychisch en lichamelijk geweld tegen burgers.

Ontsnappingspoging

De kampcommandant beschuldigde een gevangene van een ontsnappingspoging. Die gevangene werd vervolgens doodgeschoten. De andere gevangenen werden gedwongen het dode lichaam te bekijken.

Gevangenen werden in het kamp geslagen met geweerkolven, hun tanden werden uit hun mond geschopt en er werden sigaretten op hun lichaam uitgedrukt. De kampcommandant zou de gevangenen hebben gedwongen hun geld, goud, horloges en andere kostbaarheden af te staan.

Gewapende groep

De tweede verdachte is een 52-jarige Bosniër die inmiddels ook de Nederlandse nationaliteit heeft. Hij zou als lid van een gewapende groep tijdens de Balkanoorlog in 1992 oorlogsmisdrijven hebben gepleegd.

Met andere gewapende mannen is hij vermoedelijk verantwoordelijk voor de dood van een bewoner van het Bosnische dorp Beslagici. Zijn groep nam het huis van het slachtoffer onder vuur en doodde hem.

De rechtbank in Den Haag buigt zich binnenkort over beide uitleveringsverzoeken.