Alasam S., de man die verdacht wordt van de dubbele moord in Baflo, moet worden onderworpen aan een DNA-onderzoek. 

Dat heeft de advocaat van de 28-jarige man woensdag aan het gerechtshof in Leeuwarden gevraagd.

Dit onderzoek moet uitwijzen of S. genetisch gevoelig is voor paroxetine, het medicijn dat er volgens de verdediging voor zorgde dat hij in psychotische staat twee moorden pleegde.

S. sloeg in 2011 zijn vriendin Renske Hekman dood met een brandblusser. Toen de politie hem wilde arresteren doodde hij een agent met zijn eigen dienstwapen.

De rechtbank in Groningen veroordeelde de verdachte eerder tot 28 jaar jaar gevangenisstraf voor de dubbele moord. S. ging in hoger beroep tegen de straf omdat deze volgens hem te hoog is.

Ontoerekeningsvatbaar

Hij was naar eigen zeggen volledig ontoerekeningsvatbaar ten tijde van de moorden, omdat hij die dag hoorde dat zijn asielverzoek definitief was afgewezen. Dit in combinatie met de medicijnen die hij slikte, zorgde voor een uitbarsting van geweld.

Meerdere psychologen hebben zich over gedrag van S. gebogen. In een nieuw onderzoek, dat het hof vorig jaar liet uitvoeren, staat dat de verdachte ''het stuur en controle over zijn gedrag volledig kwijt'' was.

Advocaat Mathieu van Linde trekt al conclusies uit de onderzoeken die zijn gedaan. Hij wil dat zijn cliënt zo snel mogelijk op vrije voeten komt, omdat volgens hem duidelijk is dat Alasam S. volledig ontoerekeningsvatbaar was op die bewuste dag.

Behandeling

Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid volgt geen straf, maar moet er meestal wel een psychiatrische behandeling voor de verdachte volgen. Die behandeling hoeft volgens Van Linde geen ''dwangmatig karakter'' te hebben. Het Openbaar Ministerie vindt de conclusies van de advocaat te voorbarig en wil dat S. vast blijft zitten.

Het hof beslist over twee weken of er meer onderzoek in deze zaak komt. Het hof besluit dan ook of S. zijn zaak in vrijheid mag afwachten.