Zeker negentig meiden met loverboy-problemen zijn vorig jaar weggelopen uit de gesloten jeugdinrichting waar ze voor hun eigen veiligheid zaten.

Dat meldt het tv-programma Zembla donderdag na eigen onderzoek.

Uit het onderzoek blijkt dat vorig jaar bijna 1.150 keer jongens en meisjes vermist raakten uit gesloten jeugdzorginstellingen.

Onder hen bevonden zich zeker negentig meisjes met een loverboy-achtergrond. Het aantal ligt volgens Zembla waarschijnlijk hoger, omdat vijf van de veertien instellingen geen antwoord gaven of konden geven omdat ze deze gevallen niet registreren.

Nationaal Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer noemt het aantal "zorgelijk", aangezien bekend is dat veel van deze meiden weer in hetzelfde circuit terechtkomen. Zij pleit ervoor om deze meisjes te behandelen als slachtoffers van mensenhandel en niet als pubermeiden met problemen.

Opvang 

Dettmeijer stelt dat er speciale opvang voor deze doelgroep moet komen. Plekken waar geen jongens zijn. Want in de gesloten instellingen waar de meiden nu zitten, komen zij veelvuldig in contact met jongens. Volgens Dettmeijer frustreert dit een oplossing van de problemen.

Jeugdzorg Nederland ziet dat echter anders en vindt de gemengde instellingen juist 'heel goed'. "Eén van de doelstellingen is de meisjes te laten wennen op een normale manier met jongens om te gaan", aldus de organisatie in de uitzending van donderdagavond.

Rapporteur Dettmeijer zegt daarop: "Het leven van de meisjes was niet normaal. Het duurt wel even voor ze een normaal leven aankunnen. Die extra zorg moet hun gegeven worden."

Rechters plaatsen meiden met loverboyproblemen relatief vaak in een gesloten inrichting om ze tegen hun belager, maar ook tegen zichzelf te beschermen. Als ze de benen nemen, gebeurt dat meestal terwijl ze op verlof zijn. Die kans krijgen ze doorgaans al snel, omdat Jeugdzorg Nederland beleid van het rijk moet uitvoeren. Hierdoor krijgen deze jonge vrouwen begeleid en onbegeleid verlof om snel weer mee te kunnen draaien in de maatschappij.