De lichamen van oud-bankier Jan Peter Schmittmann en zijn vrouw en dochter zijn zaterdagavond uit hun woning in Laren gehaald na afronding van het politie-onderzoek.

Dat laat een woordvoerder van de politie zondagochtend weten. De drie werden zaterdag dood aangetroffen in de woning.

Over het vervolg van het onderzoek wil de woordvoerder verder niks kwijt. De 57-jarige Schmittmann en zijn even oude vrouw hebben een tweede dochter, maar die was zaterdag niet thuis.

Schmittmann werkte tussen 1983 en 2009 bij ABN Amro en werkte zich uiteindelijk op tot bestuursvoorzitter in Nederland in 2003.

Hij maakte mee dat ABN Amro werd opgekocht door het consortium van Royal Bank of Scotland, Santander en Fortis. Hij mocht blijven, maar verloor alsnog zijn baan toen ABN Amro werd genationaliseerd.

Vertrekpremie

Na de nationalisatie stapte oud-minister van Financiën Wouter Bos naar de rechter om te voorkomen dat Schmittmann een vertrekpremie mee zou krijgen van 16 miljoen euro. ABN Amro wilde hem maximaal 2,4 miljoen euro meegeven. Uiteindelijk kreeg Schmittmann 8 miljoen euro.

In de woning gelegen in een villawijk, wordt door een opsporingsteam onderzocht wat er precies is gebeurd. Het deel van de straat voor de villa is ruim afgezet en er staan veel auto's van de forensisch onderzoekers, die al uren bezig zijn.