Het kabinet bepaalt volgende week de hoogte van de schadevergoeding voor de nabestaanden van drie moslimmannen die in 1995 door Nederlandse militairen werden weggestuurd van hun basis in het Bosnische Srebrenica. 

De drie werden vervolgens gedood.

Dutchbat was verantwoordelijk voor de verdediging van de Bosnische moslimenclave Srebrenica .

Die viel in juli 1995 toen troepen van de Bosnisch-Servische generaal Mladic de enclave onder voet liepen. Duizenden Bosnische moslims werden vermoord.

De Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, oordeelde begin september vorig jaar dat de Nederlandse Staat aansprakelijk is voor het drama dat zich destijds op 13 juli voltrok. Nederlandse militairen stuurden de drie mannen weg van het kamp, terwijl zij juist daar hun toevlucht hadden gezocht voor het Bosnisch-Servische leger.

Kabinetsbesluit

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Defensie gaat het om een kabinetsbesluit. De advocaat van de nabestaanden, Liesbeth Zegveld, is heel teleurgesteld dat er niet met haar cliënten over de schadevergoeding is overlegd.

''Het is eigenlijk beledigend'', reageert ze. ''Ze zijn niet bij het vaststellen betrokken. Er wordt weer niet naar ze geluisterd. Het gaat weer over hun hoofden heen en buiten hun om. Het eenzijdig vaststellen is echt een gebrek aan respect.''

Afhandelen

Zegveld vindt ook de vaststelling lang op zich heeft laten wachten. Ze herinnert eraan dat premier Mark Rutte vlak na het besluit van de Hoge Raad aangaf dat hij de zaak die zich daarvoor elf jaar voortsleepte, snel wilde afhandelen.

Daar is in de ogen van Zegveld geen enkele sprake van geweest. ''In november 2013 vond één gesprek plaats tussen de landsadvocaat en ons. Daarna is niets meer van de overheid vernomen.'' De nabestaanden zijn daar volgens haar teleurgesteld over.