Meer dan een op de drie schooldirecteuren scoort onvoldoende op de kwaliteiten die van een schoolleider verwacht mogen worden. Slechts 3 tot 7 procent presteert goed op alle punten, de helft voldoet aan de basisvoorwaarden.

Dat blijkt uit een maandag gepubliceerd onderzoek van de Onderwijsinspectie naar de kwaliteiten van schoolleiders.

Voor het goed functioneren van schooldirecteuren in het basis-, middelbaar- en speciaal onderwijs heeft de beroepsgroep zelf vijf zogenoemde basiscompetenties opgesteld. Deze gaan onder meer over leidinggevende kwaliteiten, reactie op ontwikkelingen in de omgeving en leiderschapsstrategieën.

De Onderwijsinspectie concludeert dat schoolleiders over het algemeen ''naar behoren’’ functioneren, maar dat er zeker verbeteringen nodig zijn en dat die ook lonen.

Hoe beter de directeur, hoe beter het onderwijs, zo blijkt namelijk uit het rapport. Ook blijkt duidelijk dat vrouwelijke schoolleiders vaker bovengemiddeld goed presteren in vergelijking met de mannelijke collega’s.