De Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV) doet geen diepgravend onderzoek naar de trambotsingen van eerder deze maand in Rijswijk en Rotterdam. 

Een woordvoerder van de raad meldde dinsdag dat de OVV verwacht dat een eigen onderzoek op dit moment geen nieuwe inzichten oplevert ten opzichte van andere onderzoeken die al naar de ongevallen worden gedaan.

De raad heeft, omdat er kort na elkaar twee ongelukken gebeurden, wel besloten het komende jaar de veiligheid van het tramverkeer in het algemeen in de gaten te houden. Zowel in Rotterdam als in Rijswijk lopen wel andere onderzoeken naar de oorzaken van de botsingen. De vervoersbedrijven HTM en RET doen onderzoek en in Rijswijk ook de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Op de grens van Rijswijk en Delft botsten op 2 maart een tram en een treinstel van RandstadRail op elkaar. Er vielen 19 gewonden, van wie een zwaargewond. In Rotterdam botsten op 10 maart drie trams. Daardoor raakten 31 mensen gewond.

Tramontsporingen

De Haagse wethouder Peter Smit stuurde onlangs een brief aan HTM waarin hij zegt dat hij het ''niet acceptabel'' vindt dat er de laatste tijd meerdere tramongelukken in en rond Den Haag zijn geweest. Smit vindt dat er dit jaar ''een onrustbarende stijging'' is van het aantal tramontsporingen op de openbare weg met ernstige gevolgen.

Behalve het ongeluk in Rijswijk/Delft, was er ook in januari een ongeval: toen botsten twee trams van de RandstadRail op elkaar in het zuidwesten van Den Haag. Verder ontspoorden in december op één dag twee trams En in 2012 botste een tram achterop een stilstaande tram bij station Hollands Spoor.