Het grootste Nederlandse marineschip is zaterdag door minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) gedoopt tot Karel Doorman. 

Dat gebeurde op de werf van Damen Schelde Naval Shipbuilding in Vlissingen. Bij de doop benadrukte de minister dat een handelsland als Nederland belang heeft bij 'goed uitgeruste zeestrijdkrachten'.

Even leek het erop dat het schip zou worden verkocht nog voordat het was voltooid, maar dit besluit werd later teruggedraaid. Hennis wees nog eens op de belangrijke rol die het schip kan spelen bij internationale samenwerkingen. "Feit is dat er op dit moment geen schip in de wereld is zoals de Karel Doorman."

Het logistieke ondersteuningsschip is 204,7 meter lang en kan onder meer worden ingezet voor de bevoorrading van eenheden op zee. Ook kan het als basis op zee dienen voor het uitvoeren van operaties op land. Het schip heeft geen hulp van buitenaf nodig voor het laden en lossen.

Landingsplaatsen

Het schip heeft verder een helikopterdek met twee landingsplaatsen. De Karel Doorman vervangt de bevoorradingsschepen Zuiderkruis, die in 2012 is afgestoten, en Amsterdam, die dit jaar uit dienst wordt genomen.

Het schip is grotendeels gebouwd op de werf van Damen in Roemenië, maar wordt in Vlissingen afgebouwd. De eerste proefvaart staat in mei gepland.

Schout-bij-nacht

Karel Doorman was een Nederlandse schout-bij-nacht, vergelijkbaar met een generaal-majoor in het leger, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij stond aan het hoofd van een geallieerd eskader dat in 1942 probeerde een veel beter uitgeruste Japanse invasievloot met troepen voor de aanval op Java tegen te houden.

Het was de laatste grote slag die de Japanners rond Nederlands Oost-Indië met de geallieerden voerden, waarna de Japanners de controle kregen over heel Oost-Azië. Bij de slag verloor Nederland drie schepen. Er vielen honderden doden, onder wie Doorman zelf.