Na ruim twee decennia buigen de Amsterdamse en Haagse rechtbank zich alsnog over de vliegramp in Faro in 1992. Centraal staat de vraag: was het een tragisch ongeluk, of is er fout op fout gestapeld?

Het is slecht weer in Faro (Portugal) als op maandagmorgen 21 december 1992 de DC-10 van Martinair, vluchtnummer MP495, met ruim 300 uitbundige vakantiegangers de landing inzet. Boven het kleine vliegveld in de Algarve hangt een forse onweersbui. Het toestel, de Anthony Ruys, schudt hevig als gevolg van de turbulentie.

Vlak voor de landing gaat het mis. De DC-10 komt in een hoek van 25 graden te hangen, klapt op het asfalt en schiet met bijna 180 kilometer per uur van de baan. Het toestel breekt in stukken en vliegt in brand. 56 mensen komen om het leven, ruim 100 raken gewond. Het is nog steeds een van de ergste rampen met een Nederlands vliegtuig.

Een tragisch ongeluk dat is te wijten aan het slechte weer? Of hebben de piloten van de Anthony Ruys indertijd cruciale fouten gemaakt? Dertig slachtoffers en nabestaanden vinden het laatste en hebben Martinair na ruim 21 jaar voor de Amsterdamse rechter gedaagd; woensdag 26 februari is de uitspraak.

Extra smartengeld

Ze eisen extra smartengeld, maar willen volgens hun advocaat Jan Willem Koeleman ook eindelijk eens weten wat er nu werkelijk is gebeurd. ''Na 21 jaar moet de waarheid boven water komen. En de erkenning dat er fouten zijn gemaakt", zegt hij.

Onderzoek van luchtvaartdeskundige Harry Horlings wierp twee jaar geleden nieuw licht op wat er die fatale dag in Faro kan zijn gebeurd. Horlings dook de archieven in, analyseerde de vluchtgegevens van de zwarte doos en kwam tot de conclusie dat niet de weersomstandigheden (vooral een zogeheten windsheer - een lokale en hevige luchtstroom), een cruciale rol hebben gespeeld, maar dat in de cockpit fout op fout is gestapeld.

''Bewust roekeloos handelen", verwijt Koeleman Martinair en de piloten. Eigenlijk, zo zegt, hadden die de landing nooit mogen inzetten.

Dat staat haaks op de conclusie indertijd van de Portugese autoriteiten, waar de Raad voor de Luchtvaart (de voorloper van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid) commentaar op heeft gegeven. De piloten hadden weliswaar handelingen uitgevoerd die de situatie eerder verergerden dan verbeterden; zo hadden ze de conditie van de kletsnatte landingsbaan verkeerd ingeschat. Maar uiteindelijk was de Faro-ramp een tragische samenloop van omstandigheden, luidde de officiële lezing.

Flutonderzoek

Een flutonderzoek, vindt advocaat Koeleman. Volgens hem blijkt uit nieuwe analyses van de vluchtgegevens helemaal niet dat een plotselinge en hevige windvlaag het toestel onbestuurbaar maakte. De Portugezen trokken de verkeerde conclusies en de Raad voor de Luchtvaart maakte er ook een potje van, stelt hij. De laatste hield bovendien al die jaren ''belangrijke gegevens en tegenstrijdige verklaringen van de piloten onder de pet die onze zienswijze ondersteunen."

Koeleman: ''Er is geprutst. De slachtoffers en nabestaanden is 21 jaar lang een kletsverhaal voorgehouden.’’

Niet alleen Martinair is daarom voor de rechter gedaagd maar ook de Staat der Nederlanden. Deze zaak loopt tegelijkertijd bij de rechtbank in Den Haag en ook die doet woensdag 26 februari uitspraak.

Martinair wil met het oog op de komende uitspraak van de rechtbank niet inhoudelijk op de kwestie ingaan, laat zegsman Gerard Roelfzema weten.

''En ook uit respect naar slachtoffers en nabestaanden en onze eigen mensen, die allen al 21 jaar met deze tragische gebeurtenis moeten leven. Ongeacht wat het vonnis van de rechter zal zijn, deze zaak kent geen winnaars, eigenlijk alleen maar verliezers."