Lenie 't Hart zou zeehonden die hulp nodig hebben zelf niet naar het door haar opgerichte zeehondencentrum in Pieterburen brengen. 

Zoals de opvang daar nu is geregeld is er een redelijke kans dat ze het dier later dood op het strand terugvindt, zei ze donderdag op Radio 1.

't Hart sprak van 'een heel moeilijke vraag' die ook speelt bij de vrijwilligers in het veld. Ze vergeleek de methode die nu wordt gehanteerd met het behandelen van iemand met een longontsteking, waarbij de patiënt wordt volgepropt met medicijnen en al na enkele dagen wordt buitengezet.

"Dat zijn dierproeven, maar dat mag helemaal niet, je hebt een zorgplicht."

Onenigheid

Bij het zeehondencentrum is onenigheid ontstaan over de manier waarop opgevangen zeehonden moeten worden behandeld. Na een staking van vrijwilligers is de raad van toezicht, die nog onder invloed van 't Hart zou staan, opgestapt.

Niek Kluizinga, die 't Hart in 2012 opvolgde, houdt een nieuw beleid aan waarbij de dieren korter worden opgevangen en minder antibiotica krijgen. Ook de regel dat ze pas bij 35 kilo worden uitgezet kwam te vervallen. Volgens 't Hart was haar methode wetenschappelijk onderbouwd en die van Kluizinga niet. Zijn methode zou vooral zijn ontwikkeld om geld te besparen.

Bleker

De nieuwe raad van toezicht staat onder leiding van oud-staatssecretaris van Economische Zaken Henk Bleker (CDA). 't Hart zei in de uitzending geen vertrouwen in hem te hebben omdat hij geen dierenbeschermer is. "Dat heb ik hem ook verteld. Ik heb er geen vertrouwen in dat hij iets als dierenbeschermer kan doen."