Zeker 140.000 jongeren krijgen een hogere uitkering dan waar ze volgens de regels recht op hebben. 

Dat kost de overheid honderden miljoenen euro's extra per jaar, schrijft Trouw dinsdag.

Tot 2010 werden alle jongeren met een lichte geestelijke beperking die werden getest volledig arbeidsongeschikt verklaard, net als jongeren die zwaar meervoudig gehandicapt waren.

Ze werden alleen gekeurd door een verzekeringsarts die moest vaststellen of iemand inderdaad iets mankeert. Die arts oordeelde niet op hun vermogen om arbeid te verrichten.

Aangepast

In 2010 werd de wet aangepast. Hierdoor worden jongeren die op basis van de Wet werk en arbeidsondersteuning (Wajong) een uitkering aanvragen, ook door een arbeidsdeskundige van het UWV gekeurd.

Daarbij wordt aan de hand van een lijst met functies nagegaan of iemand die zou kunnen vervullen. Het probleem is volgens de krant dat er weinig beroepen op staan waar ook vacatures voor zijn. Daarom geven de arbeidsdeskundigen de jonggehandicapten vaak nog steeds het stempel 'volledig arbeidsongeschikt'.

Dat gebeurt volgens hoogleraar inclusieve arbeidsorganisaties Frans Nijhuis uit piëteit. "Anders zeg je tegen zo iemand: 'Je kunt werken, dus je krijgt een lagere uitkering, ook al is er helaas geen werk voor je'. Dat is een harde boodschap", zegt hij in de krant.

Participatiewet

Volgend jaar moet de nieuwe Participatiewet ingaan, waardoor alleen echt volledig arbeidsongeschikten nog in de Wajong belanden. De Tweede Kamer debatteert hier dinsdag over.

Volgens deskundigen valt door de nieuwe wet zeventig procent van de huidige Wajongers buiten de boot. "Het wordt dus hoog tijd om banen te creëren voor deze groep", zegt hoogleraar Nijhuis in de krant. Hij wijst erop dat veel mensen nu werk doen waarvoor ze overgekwalificeerd zijn.

"Een leraar moet zelf vaak de kopieermachine maken, een procesoperator doet vaak zelf de logistieke taken, een secretaresse sorteert zelf de post, terwijl dat werk is voor laagopgeleiden."