Oud-piloot Julio Poch krijgt geen vergoeding van de Nederlandse staat voor de rechtsbijstand die hij krijgt van advocaat Geert-Jan Knoops.

Dat heeft de rechtbank in Den Haag dinsdagochtend bepaald in een kort geding dat de voormalige vlieger van Transavia had aangespannen.

De Haagse kortgedingrechter oordeelde dat Nederland niet onrechtmatig heeft gehandeld door medewerking te verlenen aan de uitlevering van Poch aan Argentinië.

En hoewel de situatie waarin Poch zich bevindt vanuit het oogpunt van mensenrechten reden tot zorg geeft, kan ook dat niet leiden tot toewijzing van de vordering, zo bepaalde de rechtbank.

De rechter stelde dat Poch voor de toekomstige kosten van zijn advocaat wel een vergoeding kan vragen aan de Raad voor de Rechtsbijstand. "Wordt dit geweigerd dan kan hij naar de bestuursrechter." Overigens moet Poch wel zelf opdraaien voor de kosten van het kort geding van 1405 euro.

Dodenvluchten

Poch wordt in Argentinië vervolgd voor zijn vermeende aandeel in de dodenvluchten tijdens het Videla-regime.

Daarbij werden tegenstanders van de junta verdoofd en boven zee uit een vliegtuig gegooid. Poch heeft betrokkenheid altijd ontkend.

Tijd en geld

Het zoeken en horen van getuigen die het verhaal van de piloot bevestigen, kost volgens zijn advocaat Geert-Jan Knoops veel tijd en geld.

Hij vindt het niet terecht dat Poch zelf voor die kosten moet opdraaien, want zonder betrokkenheid van het Nederlandse Openbaar Ministerie zou Poch nooit in Argentinië in de cel zijn beland. Poch is nu afhankelijk van donaties.

Verklaringen

De in 1952 geboren Poch werd opgepakt nadat collega's hadden verklaard dat hij hun had verteld dat hij mensen uit het vliegtuig zou hebben gegooid. Die verklaringen zijn het enige bewijs tegen de oud-piloot. Hij werd hiervoor ruim vier jaar geleden aangehouden en zit nog steeds in voorarrest. Een vonnis laat nog altijd op zich wachten.