Slachterij Van Hattem uit Dodewaard moet alle partijen vlees terughalen die tussen 1 januari 2012 en 23 januari 2014 zijn geleverd. 

Dat heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit NVWA het bedrijf donderdag gesommeerd. In de partijen is mogelijk paardenvlees verwerkt.

Het is niet ongebruikelijk dat geslacht vlees jarenlang in diepvriezers opgeslagen ligt. Ook kan vlees verwerkt zijn tot andere producten zoals soep, kant-en-klaarmaaltijden en snacks.

De NVWA houdt er echter rekening mee dat een deel van de in totaal 28.000 ton vlees al opgegeten is. Er zijn volgens de NVWA ''geen concrete aanwijzingen'' dat er gevaar is voor de volksgezondheid. Dat wordt wel nader onderzocht, aldus een woordvoerster.

Het slachthuis had zelf maandagavond al besloten om een deel van sinds 1 januari 2012 geleverd vlees terug te roepen. Het ging om partijen paardenvlees en producten waarin paardenvlees volgens het bedrijf terecht kon zijn gekomen. De NVWA wil nu dat al het geleverde vlees, van rund, paard, schaap en geit, terugkomt.

Administratie

Van Hattem kwam vorige week in opspraak toen de NVWA de verdenking van gesjoemel met paardenvlees bekendmaakte. Paardenvlees is veel goedkoper dan rundvlees. Het bedrijf had tot maandag de tijd om alle papieren en administratie in te leveren. 

Volgens de NVWA blijft ook na bestudering van deze administratie de herkomst van sommige vleespakketten onduidelijk. Het bedrijf heeft toegegeven dat aangeleverde paarden soms niet geschikt werden geacht voor de slacht. Maar wat er daarna met die dieren is gebeurd, is een raadsel.

Slachten

Bij Van Hattem Vlees BV werken ongeveer zeventig mensen. Het bedrijf slacht volgens eigen opgave 500 tot 600 runderen per week, 400 tot 500 lammeren en 1000 tot 1500 geiten. Sinds een jaar worden geen paarden meer geslacht.

De slacht mag op dit moment alleen onder toezicht van een dierenarts en een inspecteur van de NVWA plaatshebben. Het bedrijf was donderdag nog niet bereikbaar voor commentaar.

'Geen excuus'

Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), belangenbehartiger van de supermarktbranche en andere levensmiddelenbedrijven, zegt in een reactie dat er geen enkel excuus is voor fraude met voedsel. De consument moet erop kunnen vertrouwen dat wat op het etiket staat, ook in de verpakking zit.

"Bedrijven die een loopje nemen met het vertrouwen van hun leveranciers en de consument hebben geen bestaansrecht in de voedselproductieketen", vindt het CBL. Het bureau noemt het "onbegrijpelijk" dat er een jaar nadat de eerste affaire rond paardenvlees opdook nog steeds bedrijven zijn die de papieren niet op orde hebben.