Zelfs bij vermoeden van fraude bij het theoretisch rijexamen wordt door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) al aangifte gedaan.

Bovendien wordt door het CBR nauw met politie en justitie samengewerkt om fraude aan te pakken.

Het bureau hanteert naar eigen zeggen een zerotolerancebeleid. De samenleving moet ervan op aan kunnen dat wie rijdt, dat ook echt kan. Dat heeft het CBR woensdag meegedeeld.

Aanleiding voor die verklaring is de aanhouding dinsdag van drie mannen uit Den Haag op verdenking van grootschalige fraude bij het theoretisch examen. Een rijbewijs is volgens de politie niet alleen een statussymbool maar ook een geldig identiteitsbewijs en als zodanig extra waardevol als ''faciliteit voor criminele activiteiten".

Het CBR heeft de afgelopen jaren de strijd tegen fraude geïntensiveerd, hetgeen leidde tot het betrappen van meer en meer kandidaten.

Het bureau voor de rijvaardigheid ontwikkelt in de strijd tegen fraude continu nieuwe en andersoortige theorievragen om ongewenste voorspelbaarheid te voorkomen. In de loop van dit jaar wordt bovendien het theorie-examen individueel afgenomen. Dat maakt spieken en onderling antwoorden doorgeven kansloos.

Het CBR werkt tevens met camera's en andere apparatuur om openstaande verbindingen zoals met een telefoon op te sporen. Verder zijn de medewerkers getraind om bijvoorbeeld lookalikes te herkennen, mensen die voor een ander examen doen.