Nederlanders van Marokkaanse afkomst lijken een relatief grote kans te lopen om behandeld te worden voor de psychiatrische ziekte schizofrenie, terwijl zij die ziekte niet hebben. 

Dat schrijft de Volkskrant woensdag. De conclusie wordt getrokken in een onderzoek waarop psychiater Tekleh Zandi deze week promoveert aan de Universiteit van Amsterdam. 

Marokkanen in Nederland krijgen vier à vijf keer vaker dan autochtone Nederlanders de diagnose schizofrenie, terwijl daar vooralsnog geen goede verklaring voor is. Volgens het promotieonderzoek worden verkeerde diagnosen gesteld, want als rekening wordt gehouden met de culturele achtergrond, blijken Marokkanen in Nederland geen verhoogd risico te hebben. 

Een symptoom van schizofrenie is het hebben van wanen en het horen van stemmen. Marokkanen vinken dergelijke zaken bij een onderzoek eerder aan op vragenlijsten dan Nederlanders. Volgens Zandi blijkt na doorvragen dat het horen van stemmen gebeurt in een andere context.

'Boze geesten'

Zandi: "Mensen horen vermanende uitspraken terug van hun vader of ze horen zichzelf hardop denken. Ook is er soms sprake van boze geesten, een geaccepteerd verschijnsel in de Berberse cultuur." De onderzoekster stelde 'cultuursensitieve' vragenlijsten op, om tot een betere diagnose te komen.

Kanttekening die bij de studie wordt geplaatst is het aantal onderzochte personen: er deden 26 Marokkanen en 37 autochtonen mee. Dat waren de mensen die in twee jaar tijd bij GGZ Utrecht terechtkwamen op verdenking van een psychose. Harde conclusies kunnen daarom niet getrokken worden, "maar dit roept ernstige twijfels op over het gangbare idee dat schizofrenie bij Marokkaanse Nederlanders vier à vijf keer vaker voorkomt", aldus Zandi.