De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) verwacht pas donderdag nadere stappen te kunnen nemen voor de ontmanteling van de V1 vliegende bom in het Brabantse Kruisland.

''Voor donderdag vindt zeker geen ruiming plaats'', aldus een woordvoerster van de EOD. De dienst bespreekt maandag eerst intern een plan van aanpak. Dinsdag volgt overleg met de lokale autoriteiten.

De vliegende bom werd vrijdagmiddag gevonden in een weiland. In het neergestorte projectiel is duizend kilo springstof aanwezig. De omgeving wordt uit voorzorg bewaakt.

De V1 werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers afgevuurd in de richting van het Antwerpse havengebied, maar stortte voortijdig neer.

De voorzichtigheid van de EOD wordt ingegeven door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de bom. De aanwezige springstof amatol bevat meta-dinitro benzeen, dat bij blootstelling aan de huid gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Tevens bestaat gevaar voor bodemverontreiniging. De stof is kankerverwekkend.

EOD-medewerkers werden begin jaren negentig onwel bij het onschadelijk maken van een V1 in Spijkenisse. Het bleek dat de springstof makkelijk door de huid wordt opgenomen en in de bloedbaan terechtkomt. Daardoor werden EOD-medewerkers blauw, een gevolg van zuurstoftekort.

Ontsnapt

Volgens onderzoeker Nico van Ham van TNO Defence, Security and Safety in Rijswijk zijn de EOD-medewerkers destijds aan de dood ontsnapt. ''Gelukkig was men er op tijd bij en is er geen vervolgschade ontstaan'', aldus Van Ham.

Sindsdien worden de vliegende bommen, hoewel beperkt in aantal, behoedzaam benaderd. Van Ham: ''Er zijn door de EOD terdege lessen getrokken uit de ontmanteling van V1's. Beschermende kleding behoort tot de standaardaanpak bij zulke operaties.''