De circa vijftienhonderd militairen die betrokken waren bij het beëindigen van de Molukse treinkaping bij De Punt en de gijzeling van de basisschool in Bovensmilde in 1977 krijgen geen draaginsigne, maar de veteranenstatus.

Dat liet minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie maandag weten tijdens een debat in de Tweede Kamer.

Volgens de bewindsvrouw wordt het besluit zowel gesteund door de Molukse gemeenschap als de militairen. Ze hoop met het besluit een einde te maken aan een discussie over een ''gevoelig onderwerp'' en ''recht te doen'' aan zowel de de militairen als de Molukse gemeenschap.

Toen in 2012 naar buiten kwam dat werd overwogen de militairen de draaginsigne te geven, leidde dat tot veel commotie in de Molukse gemeenschap.

Kritiek

De Molukse regering in ballingschap noemde het ''ongepast en schandalig'', omdat er tijdens de bevrijdingsacties volgens haar buitensporig veel geweld is gebruikt. Ook in militaire kring was er kritiek. De voormalige Commandant der Strijdkrachten, Dick Berlijn, zei te betreuren als de insigne er zou komen.

Volgens Hennis zijn er ''verschillende signalen afgegeven die niet goed zijn geland''. Hierdoor zijn er volgens haar ''misverstanden'' ontstaan. Het ging om de ''erkenning en de waardering'' van de betrokken militairen, maar op het laatst leek het alleen maar te gaan om het ''muntje en het doosje''. Sinds vorig jaar juni heeft ze verschillende keren uitgebreid overlegd met beide partijen.

'Constructief'

Het gesprek met Defensie liep ''heel constructief'', zegt voorzitter Rob Tupan van de Stichting BUAT, een platform voor Molukkers. Hij is blij met het besluit van Defensie om geen draaginsigne toe te kennen. Met de veteranenstatus krijgen de betrokken militairen een veteranenspeldje en hebben ze recht op een aantal voorzieningen.

Beide acties begonnen op 23 mei 1977. Negen Molukkers kaapten de trein, terwijl vier anderen meer dan honderd kinderen en leerkrachten gijzelden. De treinkaping werd na drie weken beëindigd. Bij de actie verloren twee gijzelaars en zes kapers het leven. De gijzelnemers in de school gaven zich uiteindelijk over.

De acties waren erop gericht om Nederland te dwingen een onafhankelijke republiek der Zuid-Molukken te erkennen. Ook eisten de kapers vrijlating van 21 Zuid-Molukse gevangenen die vastzaten wegens een treinkaping in 1975 bij het Drentse dorpje Wijster.