Het blijkt lastig om patiënten die na een ziekenhuisbehandeling verpleegzorg nodig hebben door te laten stromen naar een verpleeghuis. 

Dat blijkt zondag uit berichtgeving van de NOS, die een rondgang langs een kwart van de ziekenhuizen maakte.

Sommige ziekenhuizen kampen met wachtlijsten voor de uitplaatsing van patiënten, waardoor het relatief dure ziekenhuisbed langer bezet blijft. 

Sinds 1 januari gelden nieuwe regels waardoor patiënten minder snel een indicatie voor verpleeghuiszorg krijgen. De twee lichtste categorieën konden al niet meer in verpleeg- of verzorgingshuizen terecht en daar is nu een derde categorie patiënten bij gekomen. De overbruggingsperiode in een verzorgingshuis voor mensen die nog moeten aansterken is ook geschrapt.

Dit betekent dat mensen soms langer in een ziekenhuis verblijven. Er zijn echter ziekenhuizen die patiënten zonder verpleegindicatie gewoon huiswaarts sturen. Ook komt het voor dat ziekenhuizen door het gebrek aan doorstroming geen nieuwe patiënten meer kunnen opnemen.

In weer andere, vaak kleinere ziekenhuizen in landelijke gebieden doet dit fenomeen zich helemaal niet voor. Ook zijn er ziekenhuizen die zelf verpleeg- en verzorgingshuizen hebben en daardoor met patiënten kunnen schuiven.

Afstoten

De problemen worden volgens de NOS versterkt doordat sommige zorgbedrijven locaties afstoten, wat het lastiger maakt een verpleeghuisbed te vinden voor mensen die daar wel een indicatie voor hebben. Patiënten zonder zo'n indicatie moeten na het ziekenhuis eigenlijk naar huis, waar ze het moeten doen met mantel- en thuiszorg, maar die zijn niet in alle gevallen beschikbaar.

In sommige regio's pakken verpleeghuizen het probeem aan door bijvoorbeeld logeerbedden aan te bieden die patiënten kunnen huren. Ook zogenoemde zorghotels voorzien in een oplossing, die overigens voor rekening komt van de patiënten.