Enkele tientallen nabestaanden hebben zaterdag in het Drentse De Punt de zes Molukse treinkapers herdacht die in 1977 de dood vonden. 

Zij deden dat op de plaats waar in juni 37 jaar geleden de kaping na een bestorming van mariniers eindigde. Het was voor het eerst dat nabestaanden en de Molukse gemeenschap bijeenkwamen langs het spoor van Assen naar Groningen.

Onder hen waren ook Junus Ririmasse, een van de drie kapers die de bestorming overleefde, en Njonja Soumokil. Zij bemiddelde indertijd tussen de kapers en de Nederlandse overheid. Ririmasse zei nog elke dag te denken aan de weken van de kaping en het gewelddadige einde. ''En ik vraag mij elke dag ook af: waarom moesten mijn vrienden dood?'' Ririmasse raakte tijdens de bestorming ernstig gewond. Hij werd geraakt door tien kogels.

Onderzoek

Volgens Ririmasse en de journalist Jan Beckers, die samen onderzoek deden naar wat zich tijdens de bevrijding van de passagiers heeft afgespeeld, heeft het leger destijds excessief geweld gebruikt. Enkele kapers zouden nog in leven zijn geweest en daarna door mariniers alsnog zijn doodgeschoten. Ook zouden van dichtbij kogels zijn afgevuurd, wat zou duiden op een executie. Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) laat daar op dit moment onderzoek naar doen.

Aan de herdenking ging een tocht door de weilanden naar het spoor vooraf, waarbij de vlag van Nederland en de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) werd gedragen. Bij de plek van de kaping stonden acht stoelen met rozen. Die symboliseerden de zes dode kapers en twee passagiers die om het leven kwamen.

De herdenking werd niet op de exacte plek gehouden waar de trein in 1977 bijna drie weken stilstond. Prorail wilde dat vanwege de veiligheid niet.