Ahmed Al-J., die jarenlang is vervolgd en uiteindelijk vrijgesproken voor de Schipholbrand, heeft onterecht vastgezeten. Maar die detentie was niet onrechtmatig, omdat er serieuze verdenkingen tegen hem bestonden.

Hij heeft daarom geen recht op een schadevergoeding.

Dat betoogde het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag bij de raadkamer van het gerechtshof in Den Haag. De advocaat-generaal wees erop dat Al-J. zelf heeft bijgedragen de verdenking tegen hem.

Zo heeft Al-J. meerdere keren bekend dat hij in de fatale nacht op zijn cel een peukje wegschoot in de richting van het voeteneind van zijn bed.

Onvoorzichtig

Het OM vindt dat hij daarmee onvoorzichtig heeft gehandeld. Al-J. werd vrijgesproken van opzettelijke brandstichting. De verwoestende brand brak op 27 oktober 2005 uit en kostte uiteindelijk aan 11 mensen het leven. Na een paar jaar werd Al-J. als ongewenst vreemdeling uitgezet naar Libië. Daar woont hij nu nog steeds.

Al-J. vindt dat hij recht heeft op een schadevergoeding van 663.700 euro. En zijn advocaat Raymond Frijns vindt dat hij ook recht heeft op een hogere schadevergoeding dan normaal.

Zo heeft Al-J. ''zeer langdurig'' in de isoleercel gezeten, met bewaking en werd hij dagelijks onderworpen aan controles op en in het lichaam, om er zeker van te zijn dat hij geen verboden spullen bij zich had.

Geen hogere schadevergoeding

Mocht het hof toch een schadevergoeding toekennen, dan vindt justitie dat deze zaak geen hogere schadevergoeding rechtvaardigt. Het OM vindt dat de latere vrijspraak achteraf aan ''deze dwangmaatregelen'' niets afdoet.

Het OM noemde na de zitting de isoleercel een zwaar middel, maar wel een die past bij het detentieregime waar Al-J. in zat. Daarnaast wijst het OM erop dat de detentie meerdere keren door een rechter is getoetst en goed bevonden.

Het hof doet over dat verzoek op 25 februari uitspraak.