Het Rode Kruis moet meer vertellen over de hulp die het wereldwijd biedt.

Dat zegt vertrekkend directeur van het Nederlandse Rode Kruis, Cees Breederveld, tegenover NU.nl.

"Het feit dat transparantie nog steeds zo’n issue is, heeft te maken met dat wij nog onvoldoende mensen duidelijk kunnen maken wat er met hun geld is gebeurd."

Breederveld maakt hierbij een onderscheid in twee soorten transparantie: de boekhoudkundige en die van de verhalen. "We hebben het ’t meest over die boekhoudkundige transparantie, met cijfers laten zien wat er gebeurt."

Hier wordt volgens de Rode Kruis-directeur de meeste energie in gestoken en het meeste geld aan uitgegeven. "Maar ik denk niet dat heel veel mensen naar de website gaan om te kijken hoe het met de cijfers gaat. Ze willen de verhalen lezen."

Volgens Breederveld mag het Nederlandse Rode Kruis veel meer laten zien hoe mensen beter zijn geworden dankzij de hulp. "Hoeveel levens hebben we gered of hoeveel mensen hebben we echt een beter leven bezorgd?"

Omdat er tijdens een ramp veel verschillende zaken moeten worden geregeld zal het volgens Breederveld niet makkelijk zijn dit te doen. "Maar het is wel het belangrijkste."

Bekijk een deel van het interview:

Tsunami

Breederveld werd in 2005 aangesteld als directeur van het Nederlandse Rode Kruis, kort nadat verschillende Zuidoost-Aziatische landen waren getroffen door de tsunami. "Hierdoor wist ik gelijk waar ik het allemaal voor deed", vertelt Breederveld over die tijd.

In de jaren daarna volgden verschillende grote binnenlandse en buitenlandse gebeurtenissen waar het Rode Kruis onder Breedervelds leiding aanwezig was. Zo bood de organisatie hulp het na vliegtuigongeluk van Turkish Airlines (2009) en na de schietpartij in Alphen aan de Rijn (2010). Eerder was het Rode Kruis in Pakistan na aardbeving in 2005 en in Japan na de tsunami in 2011.

Het Rode Kruis coördineert tegenwoordig de inzet van alle hulporganisaties die onderdak bieden aan slachtoffers van rampen. Voorheen was die coördinatie er niet en werkten organisaties vaker langs elkaar heen.

Als voorbeeld noemt Breederveld de aardbeving bij Haïti die in 2010 meer dan een miljoen mensen dakloos maakte. Het gebrek aan een lokale overheid zorgde dat er geen organisatie was in wat er moest gebeuren. "Dat kan dan bijna een tweede ramp zijn, waarbij iedereen elkaar voor de voeten gaat lopen."

Filipijnen

Bij de hulpverlening na de tyfoon Haiyan die in november over de Filipijnen raasde, zat er volgens Breederveld vooruitgang in het aansturen van de verschillende organisaties. "Het is voor alle partijen wennen om in clusters gecoördineerd te worden, maar het gaat steeds beter. Het is alleen nooit goed genoeg."

Zo was het lastige op de Filipijnen de logistiek, veel eilanden waren onbereikbaar voor hulp. "Dat was een enorm probleem", zegt Breederveld. "En dan grijpen andere organisaties al gauw naar methoden waar wij niet zo’n voorstander van zijn."

De Rode Kruis-directeur doelt hiermee op het droppen van voedsel. "Daar profiteren de sterksten van, terwijl wij juist willen dat de meest kwetsbaren geholpen worden. Daarom hebben we ook ingewikkelde systemen die zorgen dat het eten op een rechtvaardige manier wordt verdeeld. En daar hoort het droppen van voedsel, tenzij het echt niet anders kan, niet bij."

Conclusies

Voor Breederveld is het in het geval van de Filipijnen echter nog te vroeg om conclusies te trekken over hoe de hulpverlening er in het algemeen is verlopen, omdat veel hulpverleners nog ter plaatse zijn. "Maar ik denk dat we op de Filipijnen vooral hebben geleerd dat je je ook moet voorbereiden op een enorm moeilijke logistieke situatie."

Als hulporganisatie moet er wat Breederveld betreft meer met lokale overheden gezorgd worden dat er zodanig voorzieningen zijn dat je minder last hebt van die logistiek. "En dat er een organisatie is die besluit welke dingen er als eerst getransporteerd moeten worden en op welke manier."

Met de hulp aan de Filipijnen en het succesvol afronden van Serious Request sluit Breederveld dit jaar nog zijn tijd bij het Rode Kruis af. Vanaf 1 januari wordt hij als directeur opgevolgd door Gijs de Vries. Breederveld blijft actief als hoogleraar rampengeneeskunde in het Amsterdams Medisch Centrum.