Een op de tien huisartsen houdt zich niet altijd aan de regels van het toedienen van medicatie aan het sterfbed. 

Dit blijkt uit een enquête onder 866 huisartsen, uitgevoerd door NCRV-programma Altijd Wat en vakblad Medisch Contact.

De huisartsen geven aan dat ze in bepaalde situaties zelf bepalen hoeveel medicijnen ze toedienen, zonder eerst naar de richtlijnen te kijken.

"Een in de ogen van de stervende waardeloos resultaat van mijn handelen, valt niet te excuseren met een verwijzing naar protocollen", zegt een huisarts.

''Als een terminale patiënt ondanks gepaste medicatie heel erg benauwd is of erg veel pijn heeft, geef ik zo iemand zoveel als ik denk dat nodig is. Aan protocollen heb ik in zo'n geval niets. Dit is geen confectie, dit is maatwerk.''

Tuitjenhorn

De studie is gedaan naar aanleiding van een huisarts uit Tuitjenhorn die 1.000 mg morfine toediende bij een terminale patiënt. De patiënt overleed kort daarna. De huisarts pleegde zelfmoord nadat de IGZ hem op non-actief stelde. Slechts 4 procent wordt door de kwestie in Tuitjenhorn terughoudender met palliatieve sedatie.

Gemiddeld hebben de huisartsen in de afgelopen vijf jaar zes of meer palliatieve sedaties uitgevoerd, zo blijkt uit het onderzoek. 

7 procent van de geënquêteerden is ook wel eens begonnen met palliatieve sedatie terwijl de patiënt nog geen onbehandelbare symptomen had. 

KNMG

De richtlijn palliatieve sedatie is in 2005 opgesteld door de landelijke artsenfederatie KNMG. Er staat in beschreven hoe artsen het lijden van patiënten kunnen verlichten door opzettelijk het bewustzijn te verlagen. Het doel is dan niet het leven te bekorten of te beëindigen. 

90 procent van de huisartsen blijkt goed uit de voeten te kunnen met deze richtlijn palliatieve sedatie. Volgens de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) bevestigt de enquête het beeld uit eerdere onderzoeken dat stervende patiënten kunnen vertrouwen op goede en professionele medische zorg.