Steden willen einde overlast snorscooter

De zogeheten G4-gemeenten zeggen dat 77 procent van de snorscooters harder rijdt dan de toegestane 25 kilometer.

Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag willen dat er een einde komt aan de overlast van snorscooters.

Ook door hun breedte zorgen de scooters voor gevaar en overlast voor het overige verkeer. Maar ook, de vaak jonge, bestuurders zonder helm lopen gevaar.

In Amsterdam was dit jaar bijna de helft van de verkeersdoden een snorfietser.

Brief

In een brief aan de ministers Melanie Schultz (Verkeer) en Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) vragen de vier steden maandag het mogelijk te maken dat snorscooters daar op de rijbaan gaan rijden, maar dan wel verplicht met een helm, omdat het anders te gevaarlijk is.

Bovendien willen de gemeenten dat snelheidsovertreders steviger worden aangepakt. Ze stellen voor dat het kentekenbewijs ook wordt ingenomen op basis van snelheidsmetingen met radar- of laserapparatuur.

Nu is intrekking alleen mogelijk na rollerbankmeting.

Ontstemd

De BOVAG en RAI vereniging reageren ontstemd op de brief van de gemeenten.

Ze spreken van stemmingmakerij. "Het voorstel om deze tweewielers op de rijbaan tussen het overige verkeer te laten rijden, verklaart de snorfietser vogelvrij, met alle risico's voor verkeersveiligheid van dien."

Met name het verschil in maximumsnelheid binnen de bebouwde kom tussen snorscooters, 25 kilometer per uur, en auto's en vrachtwagens, 50 kilometer per uur, gaat volgens de organisaties tot levensgevaarlijke situaties leiden.

Schultz gaf eerder in de Tweede Kamer aan dat zij er niets voor voelt om bestuurders van een snorscooter te verplichten een helm te dragen.

Zij vindt dat de hardrijders moeten worden aangepakt en wil niet degenen duperen die zich aan de regels houden.

Lees meer over:
Tip de redactie