Twee Brabantse burgemeesters waarschuwen ervoor dat de aanpak van drugscriminaliteit in kleinere gemeenten in Brabant onder druk staat. 

In een ingezonden brief in dagblad Trouw vrijdag wijten de burgemeesters van Gilze en Rijen en van Heusden dat aan het feit dat de nationale politie zich terugtrekt uit landelijke gebieden.

Jan Boelhouwer en Jan Hamming stellen dat drugshandelaren zich verschuilen op het platteland sinds de nationale politie daar minder actief is.

De bestrijding van drugscriminaliteit in de grotere Brabantse steden was succesvol, maar dat heeft wel tot gevolg dat criminelen hun activiteiten verplaatsen naar kleinere gemeenten. En zo zullen ze zich blijven verplaatsen, vrezen de twee.

Ze willen voor de landelijke gebieden dezelfde succesvolle aanpak als in de grotere steden, maar de komst van de nationale politie staat dat in de weg. ''We maken ons zorgen over de manier waarop de nationale politie de zorg voor het landelijk gebied invult’’, schrijven de twee burgemeesters.

Politiebureaus gaan dicht door bezuinigingen, terwijl nabijheid van politie en kennis van wat er in de buurt speelt juist heel belangrijk is om drugscriminaliteit tegen te gaan.

Harde aanpak

De briefschrijvers willen dat minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten ervoor zorgt dat de politie de middelgrote en kleine gemeenten niet uit het oog verliest. En burgemeesters zelf moeten staan voor een harde aanpak. ''Geen gedogen, maar hard en consequent optreden.’’

Het ministerie laat desgevraagd weten dat er niet wordt bezuinigd op de politie en in de Tweede Kamer is afgesproken dat er geen politiebureaus dicht gaan.

Zoals de vijf grote Brabantse steden hebben voorgesteld kunnen kleinere gemeenten zich aansluiten bij hun gezamenlijke bestrijding van de drugscriminaliteit, zegt een woordvoerder.

Platteland

Een woordvoerder van de taskforce van de vijf gemeenten herkent zich niet in het beeld dat drugscriminelen naar het platteland trekken maar hij kent de zorgen in kleinere plaatsen.

Voor het eind van het jaar verwacht hij dat er keuzes worden gemaakt over de verdere toekomst van de taskforce.