Tankopslagbedrijf Odfjell moet een boete van 3 miljoen euro betalen.

Dit omdat het bedrijf jarenlang in strijd met de veiligheids- en vergunningsvoorschriften handelde. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam dinsdag geoordeeld.

Het Openbaar Ministerie (OM) had ook om een boete van 3 miljoen euro gevraagd. Naast de forse boete eiste de aanklager een voorwaardelijke stillegging van het bedrijf als het de zaak niet aanpakt.

Daar gaat de rechter niet in mee, omdat het voldoende vertrouwen heeft in de toezichthoudende instanties.

Ook lijkt er bij Odfjell wat veranderd, aldus de rechter. Niet langer zijn het alleen woorden, maar toont het bedrijf ook daden.

Veiligheidseisen 

Odfjell in het Rotterdamse havengebied lag langere tijd onder vuur. Het bedrijf, met 288 tanks voor de opslag van de meest gevaarlijke stoffen, werd vorig jaar grotendeels stilgelegd omdat het niet meer aan de veiligheidseisen voldeed.

De tanks waren zeker dertig jaar lang niet gecontroleerd. Door de zogenoemde safety shutdown kon het bedrijf vrijwel geen laad- en losactiviteiten van trucks, wagons, binnenvaart- en zeeschepen meer uitvoeren.

In een kritisch rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over het bedrijf werd dit jaar geconstateerd dat Odfjell twaalf jaar lang kon doormodderen en toezichthouders kon afschepen met loze beloften.

Potentie

Volgens de rechter had zich in ''potentie een ramp kunnen voltrekken'' op het terrein van Odfjell. ''Dat dit niet is gebeurd, is slechts te danken aan toeval.''

Bij Odfjell is sprake geweest van het structureel nalaten om maatregelen te treffen om ongevallen te voorkomen, zei ze. Zo handelde het bedrijf in strijd met de voorschriften voor de omgevingsvergunning, werden geen maatregelen genomen om ongevallen te voorkomen en handelde Odfjell in strijd met de arbeidsomstandighedenwet en in strijd met de wet milieubeheer.

Een paar verdenkingen vond de rechter niet bewezen. Zo liet bijvoorbeeld het bedrijf op 1 augustus 2001 na een melding te doen van een ongeval, maar dat was geen heel ongewoon voorval, vond de rechter.