Er komt een onafhankelijk onderzoek naar de herkomst van museale voorwerpen die sinds 1933 in Nederlands koninklijk bezit zijn. 

Dat heeft de Rijksvoorlichtingsdienst donderdag laten weten.

Als er voorwerpen worden aangetroffen waarvan de herkomst ''niet rechtmatig'' is, kunnen deze worden geclaimd door de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar.

Het onderzoek omvat alle collecties die gezamenlijk de Koninklijke Verzamelingen vormen en de museale voorwerpen uit de nalatenschap van koningin Juliana en prins Bernhard die nog in het bezit zijn van de koninklijke familie.

Een onafhankelijke deskundige zal het onderzoek uitvoeren. Voor de begeleiding van de deskundige is een 3-koppige commissie ingesteld, bestaande uit onder andere kunsthistoricus Rudi Ekkart. Hij is bij het grote publiek bekend door zijn onderzoek naar de herkomst van in de Tweede Wereldoorlog geroofde kunstwerken.

139 stukken

Eind oktober werd bekend dat Nederlandse musea 139 kunstvoorwerpen in hun collecties hebben die tussen 1933 en 1945 tijdens het naziregime (vermoedelijk) zijn geroofd, geconfisqueerd of gedwongen verkocht.

Sommige deskundigen meenden dat het Koninklijk Huis ook moet meewerken aan een onderzoek naar roofkunst, omdat de koninklijke collectie ook kunst zou kunnen bevatten die in de oorlog is gestolen van Joodse eigenaren.

Historische Verzamelingen

De museale collecties van de Stichting Historische Verzamelingen worden beheerd door de directeur en de staf van het Koninklijk Huisarchief.

Hieronder vallen de familieportretten, portretminiaturen en talloze andere (kunst-)historische objecten. Delen van de collectie zijn langdurig in bruikleen bij onder meer Paleis Het Loo Nationaal Museum in Apeldoorn en het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het bestuur van de stichting bestaat onder anderen uit koning Willem-Alexander.