Nederlandse militairen hebben tijdens de oorlog in Nederlands-Indië ook oorlogsmisdaden gepleegd op het eiland Bali.

Dat blijkt uit onderzoek van weekblad Vrij Nederland. Een oud-sergeant van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en een veteraan van de Koninklijke Landmacht bevestigen in het blad dat er misdaden zijn gepleegd en dat zij daar zelf aan meededen.

De oud-sergeant zegt in het tijdschrift: "Wij hadden maar één taak gekregen van generaal Spoor en koningin Wilhelmina, en dat was de kolonie beschermen. Dat daarbij onschuldige burgerslachtoffers vielen, was niet te voorkomen."

Het is de zoveelste onthulling over misdragingen van Nederlandse militairen tijdens de koloniale oorlog in het voormalige Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. Volgende week gaat premier Mark Rutte bovendien op handelsmissie naar Indonesië.

Excuses

Afgelopen september bood de Nederlandse ambassadeur namens de regering excuses aan voor de standrechtelijke executies op Zuid-Sulawesi.

Tien weduwen wier man in 1947 werden neergeschoten op Zuid-Celebes kregen bovendien een schadevergoeding van ieder 20.000 euro. Eerder betaalde Nederland hetzelfde bedrag aan weduwen van het bloedbad van Rawagedeh op Java.

Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken liet daarbij weten dat wat hem betreft de staat in de toekomst bij gelijke gevallen ook de gelijke schikking en spijtbetuiging gaat toepassen.

'Onbetekenend'

De eerste troepen van het Nederlandse leger landden in maart 1946 op het Indonesische eiland. De legerleiding was het volgens Vrij Nederland vanaf het begin van de strijd op Bali niet eens over de te volgen strategie.

De hoogste militair op het eiland, kolonel Ter Meulen, zou al in april 1946 aan zijn superieuren hebben gemeld dat er veel gewonden waren en dat 52 Balinezen waren gedood. Daaronder bevonden zich volgens hem "veel onbetekenende opstandelingen".

Maar uit stukken die het weekblad inzag bij het Nationale Archief blijkt dat KNIL-kapitein Van Oldenborgh het hoofdkantoor op Bali liet weten dat er harde klappen aan de vijand moesten worden toegebracht en wel "met álle beschikbare middelen".

Daarbij moest het doel bovendien steeds zijn "dat we de tegenpartij verliezen willen toebrengen". Op zijn voorstel werden Piper Cub- en B-25-vliegtuigen ingezet, met als gevolg "doorzeefde dorpen", aldus Vrij Nederland.

Martelingen

​Daarnaast werd door de militaire inlichtingendienst met regelmaat gemarteld tijdens de verhoren, vertelt een oud-medewerker. "Ik gaf ze de elektroden van een veldtelefoon in hun hand en dan draaide ik zodat elektriciteit werd opgewekt. En dan zaten zij te trillen."