Jihadstrijders die vanuit Syrië terugkeren naar Nederland hebben leren omgaan met automatische wapens en explosieven en zijn daardoor potentieel gevaarlijk voor onze samenleving.

Daarvoor waarschuwt Dick Schoof, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), in gesprek met NU.nl. 

Schoof spreekt van "strijders die vanuit de gewelddadige ervaring in Syrië vertrouwd zijn geraakt met dergelijk wapentuig, zoals zelfgemaakte explosieven."

"Die moeten we dus enorm goed in de gaten houden op het moment dat ze terugkeren naar Nederland of naar andere landen in Europa."

Door de omgang met geradicaliseerde strijders van bijvoorbeeld het aan al-Qaeda gelieerde Jahbat al-Nusra en zijn gedachtegoed bestaat onder meer het gevaar van een 'Mumbaistijl'-aanslag zoals onlangs in de Keniaanse hoofdstad Nairobi werd gepleegd, zo bevestigt Schoof desgevraagd.
 
"Dat gedachtegoed uit zich in de inspiratie om aanslagen te plegen tegen westerse doelen. Dat proberen we ten koste van alles te voorkomen."

Tegenhouden

De NCTV zet zich vooral in om te voorkomen dat Nederlanders afreizen naar Syrië. "Daarin zijn we steeds succesvoller. Het is echter juridisch ingewikkeld om het proces van ronselen in Nederland te stoppen. Er vindt veel inspiratie op het internet plaats en in de eigen groep. Daarnaast zijn er mensen die het proces faciliteren." 

Tot nu toe zijn naar schatting rond de honderd Nederlanders naar Syrië gereisd. Keert zo'n strijder terug, dan ligt er een grote rol voor zijn eigen omgeving en de mensen in zijn woonplaats.

"Wij vinden het belangrijk dat de gemeente weet dat een strijder terugkeert en dat de lokale driehoek die activiteiten kan ondernemen die noodzakelijk zijn", zegt Schoof. "De ouders zullen het vast weten als iemand terugkomt, maar er wordt ook in de omgeving, zoals bijvoorbeeld de moskee, gekeken of die mensen kunnen helpen om het risico op verder radicaliseren te verminderen."
 
"Wat we zien ten opzichte van een aantal jaren geleden is dat de directe omgeving, waaronder de moskee, van dit soort personen eigenlijk tegen die gang naar Syrië is. Men heeft dan ook de bereidheid om ertegen op te treden."

Bekijk een deel van het interview

Bewijsmateriaal

Jihadstrijders die terugkeren hangt mogelijk ook een rechtszaak boven het hoofd vanwege in Syrië gepleegde misdaden. Volgens Schoof is het belangrijk dat daar bewijsmateriaal voor wordt verzameld.

"Dat gebeurt onder leiding van het Openbaar Ministerie en onze nationale politie. Die zijn ook in hun internationale netwerk druk bezig om bewijsmateriaal te vergaren. Ze mogen daarbij onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van informatie van inlichtingendiensten. Op die manier wordt er nu hard aan gewerkt. De verwachting is dat over een aantal maanden een eerste rechtszaak aan de orde zal zijn."

"We gebruiken bewijsmateriaal van de inlichtingendiensten binnen wettelijke kaders. Dat kan dus ook vanuit Syrië verkregen materiaal zijn."

Vertrouwen

Dat veel inlichtingendiensten door de praktijken van onder meer de Amerikaanse NSA onder vuur liggen baart Schoof niet te veel zorgen. 

"Wat ik merk is dat de AIVD op het gebied van contraterrorisme uitstekend werk levert en de medewerkers van de dienst binnen de wet goed weten wat ze aan het doen zijn. Ze werken uitstekend samen met de verschillende nationale en internationale partners. Zeker in een periode waarin er veel kritiek is op diensten is het goed om dat nog eens te zeggen."

"Voor mij is het belangrijk dat ik kan vertrouwen op het werk van de inlichtingendiensten en dat ik dat ook de komende periode kan blijven doen. Tot het tegendeel bewezen is gaan we ervan uit dat ze gebruik maken van informatie die ook op rechtmatige wijze tot hen is gekomen."