Tegen zeven voormalige marktmeesters die volgens justitie jarenlang steekpenningen hebben aangenomen op Amsterdamse markten, zijn donderdag straffen tot 24 maanden cel geëist. 

Volgens de officier van justitie haalden de mannen duizenden euro's per persoon per jaar binnen.

De verdachten, tussen de 43 en 66 jaar oud, verklaarden dat ze slechts fooien aannamen voor een kop koffie of een broodje. Dit hoorde volgens hen bij de marktcultuur, ze zagen er weinig kwaad in. Een van hen gaf toe dat de bedragen steeds hoger werden en hij wist dat het niet in de haak was.

Het Openbaar Ministerie (OM) vond deze verklaringen ''volstrekt ongeloofwaardig''. De officier noemde het ''stuitend en schaamteloos'' zoals de verdachten hun gedrag goedpraatten. Volgens haar dwongen ze wel degelijk giften af aan in ruil voor een gunstige plek of het zonder vergunning op de markt staan. Dit gebeurde volgens justitie tussen 2001 en 2010 op de Amsterdamse Westerstraat en de Noorder-, Nieuw- en Waterloopleinmarkt.

Het OM eiste tegen vier verdachten 24 maanden cel, tegen twee achttien maanden en veertien maanden tegen één, afhankelijk van de periode waarop ze op de markt werkten.