De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) noemde huisarts Tromp uit Tuitjenhorn een ''acuut gevaar voor de patiëntveiligheid’’.

Deze en andere zware beschuldigingen staan in een door de Inspectie integraal openbaar gemaakt bevel tegen de arts.

De huisarts werd op non-actief gezet na een door hem uitgevoerde pijnbestrijding bij een terminaal zieke patiënt.

Maar omdat Tromp maar liefst 1000 milligram morfine toediende, veel meer dan toegestaan, overleed de patiënt kort daarna. Tromp pleegde na het bevel te stoppen met zijn praktijk zelfmoord.

Het is heel uitzonderlijk dat de IGZ de informatie openbaar maakt. De nabestaanden van de huisarts zijn erg boos hierover.

"Integrale openbaarmaking van het bevel is onnodig", schrijven zij in een verklaring. De privacy wordt hiermee geschonden, vinden zij. ''Met als enig doel het vermeende gelijk van het handelen van IGZ te kunnen rechtvaardigen."

'Help me'

Uit de toelichting op het besluit om Tromp op non-actief te stellen, blijkt dat de huisarts naar eigen zeggen heeft gereageerd op de onmenselijke situatie van zijn patiënt. Tromp verklaarde dat de patiënt, die hij al 21 jaar goed kende, ''help me'' tegen hem zei. Daarbij zou hij zijn 'ogen ten hemel' hebben gericht. Hij sprak moeizaam en was ondanks extra zuurstof tot 'stikkens toe' benauwd.

De huisarts voelde dat er iets moest gebeuren en had naar zijn mening geen gelegenheid en tijd meer om allerlei procedures te gaan volgen. Bij zijn besluit om de bovenmatige hoeveelheid morfine toe te dienen, heeft de dokter amper lichamelijk onderzoek verricht en geen rekening gehouden met de op dat moment lopende medische aanpak en het effect dat dit op de patiënt had gehad.

Echtgenote

Ook overlegde Tromp volgens de IGZ niet met de echtgenote van de man of de medewerker van de thuiszorg. Hij informeerde hen onvoldoende over de toegediende medicatie en de mogelijke gevolgen daarvan. Sterker nog, hij zette de medewerkster van de thuiszorg opzettelijk op het verkeerde been.

De huisarts heeft verklaard dat hij zijn patiënt 1000 mg morfine heeft gegeven. Op de vraag van de medewerkster of hij 50 mg ging spuiten, antwoordde Tromp niet ontkennend. Hij heeft gelogen tegen haar door te zeggen dat de medicatie verdund was. Deze hele gang van zaken is naar de mening van de IGZ onaanvaardbaar.

Nabestaanden

De nabestaanden vanTromp hebben geen enkel goed woord over voor de handelwijze van de IGZ. Ze ''zijn en blijven met de huisarts van mening dat het bevel van de IGZ ten onrechte is gegeven", schrijven zij in een verklaring.

Wat zij erg bezwaarlijk vinden, is dat de IGZ weigert het verweer van de arts en zijn advocaat mee te nemen in de besluitvorming. Daarom maken zij dat zelf openbaar en hopen ze daarna met rust gelaten te worden.

In het verweer is onder meer te lezen dat Tromp niet de bedoeling had zijn patiënt, die hij al 21 jaar goed kende, te laten sterven. ''Mijn cliënt ziet wel degelijk in dat hij onverstandig heeft gehandeld en zich heeft laten leiden door zijn primaire impuls om de patiënt zo snel mogelijk pijn- en benauwdheidsvrij te krijgen", zo schrijft de advocaat.

Coassistent

Ook heeft de arts volgens zijn raadsman meerdere keren geprobeerd te overleggen met zijn coassistent, die met Tromp aanwezig was bij de patiënt. Zij had grote twijfels over het handelen van de huisarts, vooral over de grote doses morfine en een slaapmiddel die hij toediende. En daarom meldde ze haar bevindingen bij haar begeleider in het AMC, dat op zijn beurt de IGZ inschakelde.

''Mijn cliënt heeft met de coassistent direct na het overlijden in de auto zijn motivering voor zijn handelwijze getracht toe te lichten", schrijft de advocaat. ''Tevens heeft hij haar de volgende dag uitgenodigd om nader van gedachten te wisselen. De coassistent weigerde dit pertinent."