Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in het proces tegen zedenverdachte Frank R. mogelijk geen namen van slachtoffers noemen, maar alleen hun dossiernummer. 

Net als in de Amsterdamse zedenzaak zou dat de privacy van de gedupeerden beter beschermen.

"We gaan expertise opvragen in de rest van het land, misschien kunnen we iets leren van andere ervaringen", meldde een woordvoerder van het OM Noord-Nederland vrijdag.

De driehonderd slachtoffers van het digitaal en/of fysiek misbruik hebben sowieso de mogelijkheid om bij het doen van aangifte niet hun huisadres, maar dat van hun advocaat of het politiebureau op te geven. Zo kan R. niet achter hun woonplaats komen.

Gesprekken

De afgelopen anderhalve week hebben zedenrechercheurs door het hele land gesprekken gevoerd met mogelijke slachtoffers. Het gaat om 65 meisjes die op beeldmateriaal van R. zijn geïdentificeerd. Tot nu toe hebben slechts drie meisjes aangifte gedaan, zo werd woensdag bekend.

Het OM benadrukt dat een eventuele extra privacymaatregel niet is bedoeld om meer meisjes over de streep te trekken voor het doen van aangifte. "De slachtoffers kunnen dat natuurlijk altijd doen, maar we gaan er niet specifiek voor lobbyen", aldus de woordvoerder.

Contact

De politie vond in R.'s woning in Cuijk zijn in totaal 26.000 filmpjes, 144.000 foto's en een grote lading chatgesprekken. Hij zou met elf meisjes fysiek contact hebben gehad, en de overige meisjes hebben aangezet tot het plegen van seksuele handelingen voor de webcam.

Medio november vindt de eerste pro-formazitting plaats. Tot die tijd geven politie en OM geen tussenstanden meer over het aantal aangiftes. "De actualiteit verandert regelmatig. Er kunnen nog aangiftes of meldingen binnenkomen, maar zo willen we onjuistheden voorkomen", aldus het OM.