Een agent heeft ten onrechte geconcludeerd dat de 17-jarige Rishi vorig jaar november op het Haagse station Hollands Spoor direct door een politiekogel om het leven is gekomen. 

De politieman was ervan overtuigd dat het slachtoffer al was overleden. Anderhalve minuut na het schot, begonnen twee agenten toch nog met reanimeren. Ambulancepersoneel komt na negen minuten aan en constateert dat de jongen nog leeft. Hij overlijdt later alsnog in het ziekenhuis.

Die conclusie trekt de Rijksrecherche na onderzoek, zo heeft het Openbaar Ministerie (OM) in Den Haag woensdag bekendgemaakt.

De agent dacht dat de Hagenaar al was overleden, onder meer vanwege de onnatuurlijk houding en de gelaatsuitdrukking van het slachtoffer. ''Het OM heeft - mede gezien de camerabeelden van het incident - geen reden aan deze verklaring te twijfelen.'' 

De Rijksrecherche stelt ook dat de politie in ''zijn totaliteit snel en adequaat'' hulp heeft geboden.

Bedreigd

De politie was gealarmeerd omdat Rishi in een wachtruimte een Engelsman zou hebben bedreigd. Twee agenten in uniform en één in burger benaderden Rishi op een van de perrons.

In plaats van te luisteren naar het politiebevel om te blijven staan en zijn handen te laten zien, rende hij weg. De politie schoot de jongen daarop neer. Die agent wordt vervolgd. De zaak dient vermoedelijk op 9 december.

Roerloos

Het slachtoffer viel na het schot direct neer en bleef roerloos liggen. De agent ging naar het slachtoffer toe en gaf aan zijn collega's door dat Rishi al was overleden. Dat deed hij zonder bij de mond of de neus de ademhaling van het slachtoffer te controleren, aldus de Rijksrecherche. Agenten die na 1,5 minuut arriveerden, begonnen wel met de reanimatie. De agent die schoot, assisteerde daarbij.

Michel van Stratum, advocaat van de familie van Rishi, heeft de beelden van het incident woensdag bekeken. "Je ziet dat in feite geen van de drie agenten hulp verleent. Rishi is aan zijn lot overgelaten. Schokkend."

Van Stratum weet nog niet of hij zich bij de beslissing van het OM neerlegt; hij wil eerst de rapportage bestuderen.